Het is een klassiek dilemma voor elke trainer: in hoeverre bepalen jouw persoonlijke voorkeuren als trainer de speelwijze? En in welke mate vormen de specifieke sterktes en zwaktes van de spelers in je selectie het uitgangspunt? We bespreken het een-op-een met drie trainers: Marinus Dijkhuizen, Willem Weijs en Geert Arend Roorda.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 297.
Spelers inpassen
Geert Arend Roorda antwoordt gedecideerd als het dilemma aan hem wordt voorgelegd.
Geert Arend Rooda: ‘Het begint in mijn eigen ogen altijd met een bepaald idee van voetballen. Dus het startpunt is in principe de speelwijze waar ik als trainer voor sta. Dat is in het ideale geval 1:4:2:3:1, met hoge backs, een middenvelder die uitzakt tot in de laatste lijn, beide buitenspelers aan de binnenkant en een aanvallende middenvelder met diepgang (afbeelding 1). Zo speel ik het liefst en waar mogelijk pas ik mijn spelers daar in. Dat betekent soms ook dat je spelers dingen moet aanleren die ze nog niet hebben laten zien, maar waarvan je wel verwacht dat het in ze zit.

Een voorbeeld is onze rechtsvoor. Die was gewend met het krijt aan de schoenen te spelen. Zo was hij opgeleid. Maar ik zie hem het liefst aan de binnenkant spelen, omdat dat past binnen mijn ideale manier van spelen, en zeker ook omdat hij dat met zijn kernkwaliteiten kan. Een bijkomend voordeel is dat beide rechtsbacks in onze selectie loopvermogen hebben en graag hoog aan de zijlijn spelen. Door met de buitenspeler aan de binnenkant te spelen, is dat een logischer koppeltje. Dus met hem ben ik hiermee aan de slag gegaan. En dat gaat beter en beter, het wordt steeds meer een automatisme.
Flexibel een veelzijdig
Marinus Dijkhuizen geeft een andere voorkeur aan als hem wordt gevraagd wat het uitgangspunt vormt: de ideale speelwijze of de beschikbare spelers.
Marinus Dijkhuizen: ‘Gedurende mijn carrière als trainer ben ik steeds meer de unieke kwaliteiten van mijn spelers als basis gaan hanteren. Dat komt ook omdat ik al vier keer tussentijds ben ingestapt. Dan heb je geen transferperiode om de selectie te versterken en geen voorbereiding om je ideeën in te slijpen. Dan kijk je wat voor spelers je tot je beschikking hebt en daarop maak je een plan. Als je dat goed doet, werkt dat geweldig. Natuurlijk, in het ideale geval denk je een hele speelwijze uit en scout je vervolgens exact de juiste profielen die dit kunnen uitvoeren. Maar op het niveau waarop ik werk is dat simpelweg niet reëel.’
Op één lijn
Willem Weijs leerde bij FC Eindhoven dat er naast de spelideeën van de trainer en de specifieke kwaliteiten van de spelers nog een derde cruciale factor is in het bepalen van de speelwijze en de criteria waarop je als trainer beoordeeld wordt: de voorkeuren van de clubleiding.
Willem Weijs: ‘In de twee seizoenen voordat ik bij FC Eindhoven tekende, was Rob Penders de trainer. De resultaten waren goed, maar de clubleiding wilde dat graag combineren met aanvallender voetbal. Dus ik zei in de eerste gesprekken dat het logisch was dat ze dan bij mij uitkwamen, want daar sta ik ook voor. Maar ik zei ook meteen dat de selectie die FC Eindhoven op dat moment had zich niet direct leent voor 1:4:3:3 met hoge druk en een verzorgde opbouw. De reactie daarop was dat ze ten eerste budget hadden om spelers te halen, en ten tweede dat bepaalde spelers zich daarin wel zouden kunnen ontwikkelen. Maar je weet vooraf natuurlijk nooit hoe dat uitpakt. En dan kun je tijdens het seizoen dus voor een keuze komen te staan: blijf je volharden in aanvallend voetbal, ook al kost dat punten? Of switch je naar een meer pragmatische benadering die wellicht minder attractief is? Daarin was de clubleiding duidelijk: ze wilden zien dat we resultaat combineerden met aanvallend voetbal.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis