Trainerskeuzes bepaalden veel dit WK

Paul Geerars

5 min leestijd

Voor een coach die naar het WK gaat, is niet alleen het bepalen van de speelwijze een belangrijk aandachtspunt. Daar gaat nog iets aan vooraf: wie neem ik mee naar het toernooi, wie laat ik thuis? Daarin maakten coaches op het WK 2026 opmerkelijke keuze. De afdronk: wie voor prestaties uit het verleden koos, werd vaak bestraft. Wie keek naar het heden, beloond.

Een van de heetste hangijzers bij het Nederlands elftal in de aanloop naar het toernooi was de fitheid van all-time topscorer Memphis Depay. De aanvaller van het Braziliaanse Corinthians had langdurig niet gespeeld en pas een week voor de start van de WK-voorbereiding schoorvoetend zijn rentree gemaakt. Desalniettemin leek er voor bondscoach Ronald Koeman geen enkele twijfel te bestaan. Waar door de naam van de ook niet topfitte Jurriën Timber rigoureus een streep werd gezet, gold voor Depay een andere norm. Deze moest tijdens het toernooi fitter worden om in de slotfase beslissend te kunnen zijn. Koeman werd voor die keuze niet terugbetaald: in vier schrale invalbeurten kon de spits geen seconde de beslissing van zijn coach rechtvaardigen. Nederland lag er al uit voordat Depay ooit werkelijk fit werd.

Memphis Depay pakt geel tegen Japan.

In Duitsland verklaarde, geheel verrassend, Manuel Neuer zich beschikbaar om weer bij de nationale ploeg aan te schuiven. Het kostte Oliver Baumann, ook een keeper op leeftijd maar die tijdens de kwalificatiereeks een solide indruk had achtergelaten, zijn plaats onder de lat. Neuer had met name met een briljante wedstrijd tegen Real Madrid zijn grote klasse nog eens onder bewijs gesteld, maar kon hier op het WK geen moment aan vastknopen. Zonder opzichtig te falen, maar er was geen moment te benoemen waarop de veertigjarige zijn ploeg erdoorheen sleepte. Even leek een gestopte strafschop in de reeks tegen Paraguay alsnog een heldenrol op te leveren, maar – alsof het zo moest zijn – de Duitsers misten er nog meer dan de Zuid-Amerikanen. Met een vroegtijdige exit voor de mannen van Nagelsmann als gevolg, en de beklijvende vraag: waarom moest Neuer zo nodig terugkomen?

In Brazilië leek bondscoach Carlo Ancelotti een tegenwicht te willen creëren voor de wereldsterren Lionel Messi en Cristiano Ronaldo, door de uitgebluste en niet fitte Neymar op te roepen. Hij deed ‘het volk’ er wellicht een plezier mee, maar zijn ploeg absoluut niet. Tijdens enkele schaarse invalbeurten bleef vooral het beeld hangen van een iets te zware vedette-van-weleer, weggeslopen uit een 45+ competitie, die tegen beter weten in nog een keer de handschoen wilde opnemen tegen spelers op het hoogste niveau in topconditie. Wie was er uiteindelijk mee gebaat?

Over Cristiano Ronaldo gesproken, hoewel de Portugese vedette driemaal scoorde (tweemaal tegen het zwakke Oezbekistan, eenmaal uit een penalty tegen Kroatië) kon hij andermaal geen rol van betekenis spelen. Dit was op het voorgaande WK zowel als tijdens het laatste EK niet anders. Op zijn leeftijd is het geen schande dat het beste er onmiskenbaar af is. Al jarenlang blijft het beeld hangen van een speler om wie alles moet draaien, maar die door zijn afgenomen niveau eerder een blok aan het been is dan de slagroom op de taart. Is Portugal niet veel beter af zonder dat alle pijlen op vergane glorie gericht zijn? De vraag stellen is hem zo ongeveer beantwoorden. Maar ja: tijdens het vorige WK zette trainer Santos op een zeker moment Ronaldo op de bank. Enkele weken later was hij geen bondscoach meer.

Soms is het beter om tijdig een streep in het zand te trekken. Dat kan om redenen van fitheid gaan, of om karakter. In 1998 liet de Franse bondscoach Aimé Jacquet de grote ster Eric Cantona buiten zijn selectie. Hij vond de spits een te bepalende factor, en niet altijd positief. De afwezigheid van Cantona gaf Zinedine Zidane en de piepjonge Thiery Henry ruimte en de kans om Frankrijk naar de wereldtitel te voeren. De beloning voor een moedige keuze. De bovengenoemde trainers dachten echter voor zekerheid te gaan, maar kregen het deksel op de neus voor hun gebrek aan durf en daadkracht.

Trainers die wel dit type ‘harde’ beslissingen durfden te nemen, werden in een aantal gevallen daarvoor gehonoreerd. Zo liet Thomas Tuchel, de bondscoach der Engelsen, rechtsback Trent Alexander-Arnold thuis. Hij deed dit, ofschoon hij niet direct een pasklaar alternatief voor de ster van Real Madrid had. TAA, zoals hij in de volksmond genoemd wordt, had echter geen flitsend seizoen in de benen en wellicht dat Tuchel hem ook niet als een positief element in zijn groep beschouwde. De saamhorigheid in het Engelse team legde The Three Lions geen windeieren.

De Belgische coach Rudi Garcia stond veel in de schijnwerpers met zijn soms opmerkelijke keuzes. Die pakten – zie de wissel van Thibaut Courtois – niet altijd goed uit, maar vaak wel. Garcia bestond het om de beste Belgische voetballer van de laatste tien jaar, Kevin de Bruyne, op de bank te posteren voor de cruciale wedstrijd tegen de Verenigde Staten. Garcia meende andere kwaliteiten nodig te hebben, en handelde daarnaar. De Belgen kwamen verder in het toernooi dan menigeen verwachtte.

Kevin De Bruyne scoort tegen Nieuw-Zeeland.

Eenzelfde beslissing nam de Spaanse coach Luis de la Fuente, die de niet imponerende Pedri ten faveure van Fabian Ruiz naast zich op de bank posteerde voor de kwartfinale tegen diezelfde Belgen en de daaropvolgende halve finale tegen Frankrijk. Een sterk staaltje van moed, want bij verlies was de hele Spaanse – en zeker de hele Catalaanse – gemeenschap hem in zijn nek gesprongen. Ruiz scoorde de eerste goal tegen de Belgen. Het was maar zeer de vraag geweest of de opbouwer Pedri op dat moment ook in het zestienmetergebied was geweest.

Achteraf, zo wil het ietwat volkse gezegde, kijk je een koe in de kont. Dat mag waar zijn, maar wat overblijft is het beeld dat coaches die zich niet laten leiden door prestaties uit het verleden en ook niet door het belang van vedetten, daar meer succes uit halen dan coaches die dat wél doen.

Door: Ruud Doevendans