Het WK 2026 was het grootste wereldkampioenschap ooit. Voor het eerst doen 48 landen mee, waardoor meer voetbalculturen vertegenwoordigd waren. Opvallend genoeg geldt die internationale spreiding veel minder voor de bondscoaches. Coaches uit een relatief klein aantal landen verzorgden de technische leiding over het grootste deel van de WK-deelnemers.
Argentinië levert met zes bondscoaches de meeste trainers aan het toernooi. Naast Lionel Scaloni, die zijn eigen land leidde, stonden ook Néstor Lorenzo (Colombia), Sebastián Beccacece (Ecuador), Gustavo Alfaro (Paraguay), Mauricio Pochettino (Verenigde Staten) en Marcelo Bielsa (Uruguay) langs de lijn. Frankrijk volgt met vijf bondscoaches, Spanje met vier.
Bijzonder is de positie van Italië. De Azzurri wisten zich opnieuw niet te plaatsen voor een WK, maar Italiaanse trainers waren wel nadrukkelijk aanwezig. Carlo Ancelotti was bondscoach van Brazilië, Vincenzo Montella leidde Turkije en Fabio Cannavaro plaatste zich met Oezbekistan voor de eindronde. Italië levert daarmee drie bondscoaches, evenveel als Duitsland.
Opvallend is de concentratie aan de top. Slechts tien landen leveren meer dan één bondscoach, maar samen zijn zij verantwoordelijk voor 31 van de 48 WK-deelnemers. De vijf grootste leveranciers – Argentinië, Frankrijk, Spanje, Duitsland en Italië – bezetten zelfs 21 van de 48 trainersbanken, bijna 44 procent van het totaal.
Nederland behoort met twee bondscoaches eveneens tot deze selecte groep. Ronald Koeman staat uiteraard voor Oranje, terwijl Dick Advocaat Curaçao naar het WK leidde. Met zijn 78 jaar was Advocaat bovendien de oudste bondscoach van het toernooi. De jongste was de 38-jarige Duitser Julian Nagelsmann.