Door de grote overmacht van Bayern München wordt de subtop in de Bundesliga nog weleens over het hoofd gezien. Zonde, want in Duitsland wordt door meerdere teams leuk voetbal gespeeld met een interessante speelwijze. Een van die teams is RB Leipzig, dat zich onder leiding van de 37-jarige trainer Ole Werner vooral onderscheidt door de loopacties in de diepte en de sterke counterpress.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 295.
Opbouwen laag op het veld
In de lage opbouw speelt Leipzig vanuit een 1:4:3:3 formatie met de punt naar achteren. Leipzig is een elftal
dat de intentie heeft om te voetballen van achteruit, maar niet ten koste van alles. Zet de tegenstander 1:1 druk, iets wat steeds vaker voorkomt in de Europese competities, dan kiest het elftal vaak voor de lange bal richting de spits. Een van de voordelen die Leipzig heeft vanuit 1:4:3:3 met twee 10’en is dat de middenvelders vaak goed in positie staan om een eventuele tweede bal op te vangen.
Kiest het elftal ervoor om wel onder de hoge druk van de tegenstander uit te spelen, dan gebeurt dit opmerkelijk vaak via de backs. Opmerkelijk, omdat veel trainers in recente jaren er juist voor kiezen om de bal in de lage opbouw centraal te houden en verticale passes langs de lijn te voorkomen. Leipzig gebruikt de backs juist om vooruit te kunnen spelen. Wordt de back ingespeeld en staat de spits 1:1, dan heeft de back van Leipzig de mogelijkheid om de bal direct in de diepte achter de verdediging van de tegenpartij te leggen. Een back wordt immers vaak diagonaal onder druk gezet en niet verticaal, omdat de tegenstander vanuit de as aanloopt. Hierdoor is de pass vooruit vanaf de back niet altijd afgedekt.
Aanvallen halverwege het veld
Hoger op het veld zien we Leipzig vanuit twee verschillende formaties opereren. Zet de tegenstander druk met twee spitsen, dan valt Leipzig aan vanuit een 1:3:1:5:1 (afbeelding 2). Een middenvelder zakt uit tussen de twee centrale verdedigers om de achterste drie te formeren. De backs gaan hoger spelen, waarbij voornamelijk de linksback aan de binnenkant uitkomt. Zet de tegenstander met een of drie spitsen druk, dan blijft Leipzig met vier achterop spelen waardoor het in een 1:4:3:3 uitkomt, iets wat eventueel ook als een 1:2:3:5 bestempeld kan worden.

Het doel van Leipzig is voornamelijk om achterin een speler vrij te spelen die vervolgens het middenveld in kan dribbelen. Dit is het moment waarop de spelers voorin loopacties in de ruimte achter de verdediging gaan maken. Zowel wanneer een centrale verdediger als wanneer een back wordt vrijgespeeld, zien we dit soort loopacties terug. Leipzig is daarbij vrij verticaal ingesteld: als de speler aan de bal de loopactie ziet, dan wordt er geregeld voor gekozen om de bal achter de verdediging te leggen.
Drukzetten helft tegenstander
Leipzig zet, geheel volgens de Red Bull-filosofie, de tegenstander hoog onder druk en probeert de bal zo snel mogelijk te veroveren. Bouwt de tegenstander op met vier verdedigers, dan zet Leipzig doorgaans druk met de spits en een buitenspeler, vaak de 9 en de 7. De 7 loopt de centrale verdediger aan zijn kant met een boog aan om zo de lijn naar de back eruit te lopen en de bal naar de linkerkant van Leipzig te dwingen. Gaat de bal naar de linkerkant, dan stapt de 11 door op de 4 van de tegenstander en kan de 9 de keeper afdekken. Aan de linkerkant wordt dan back-op-back doorgedekt en ook de linker centrale verdediger dekt door wanneer dit nodig is. Hierdoor worden aan de kant van de bal alle opties afgedekt (afbeelding 5).


Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis