Davey van den Berg werkt al zeventien jaar in de jeugdopleiding van Feyenoord en is hoofdtrainer van de Onder 19 van de Rotterdammers. Hij weet als geen ander hoe de club wil spelen en hoe de spelprincipes naar het veld vertaald worden. Van den Berg vertelt aan De Voetbaltrainer op welke manieren hij op een dynamische manier een overtal in de as creëert met zijn elftal en hoe dit getraind wordt.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 294.
Overtal creëren
Davey van den Berg: ‘De kunst is om het zo simpel mogelijk te houden. Het gaat er vaak om dat je de simpele dingen goed uitvoert. Het moeten geen trucjes worden. Een vierkant op het middenveld maken wordt vaak een trucje. Terwijl het soms helemaal niet nodig is om een vierkant te maken als je kijkt naar wat een tegenstander doet. Een overtal creëren moet een middel zijn om zo snel mogelijk tot kansen en doelpunten te komen. Het moet geen doel op zich worden. We willen een overtal creëren (een +1 situatie) op het middenveld zodat de tegenstander gedwongen wordt tot het maken van keuzes. Het gaat er dan om dat je als elftal de ruimtes herkent, de ruimtes bezet en de ruimtes bespeelt. Dat zijn de drie punten waar ik het vaak over heb. Je moet de ruimtes herkennen door te kijken hoe de tegenstander drukzet en waar dan vervolgens voor ons het overtal ligt. Je moet de ruimtes bezetten door met de juiste spelers ten opzichte van elkaar op de juiste plek op het veld te komen. Tot slot moeten we de spelers in die ruimtes aan de bal krijgen.’

Dynamisch overtal
‘Binnen Feyenoord is 1:4:3:3 de uitgangsformatie. Van daaruit zijn er verschillende opties om een overtal op het middenveld te maken. Je kunt met een back of een centrale verdediger op het middenveld gaan spelen, je kunt een buitenspeler aan de binnenkant zetten of je spits als tweede 10 laten spelen. De manier waarop we het overtal creëren is afhankelijk van de kwaliteiten in het elftal. Beschik je over heel goede buitenspelers, dan wil je die doorgaans aan de buitenkant houden. Ik maak daarbij een onderscheid tussen het opbouwen op eigen helft en het aanvallen op de helft van de tegenstander. Op eigen helft kies ik voornamelijk voor een centrale verdediger of een back die op het middenveld komt. Ik kies meestal niet voor een buitenspeler aan de binnenkant op eigen helft, omdat ik de laatste lijn van de tegenstander zo hoog mogelijk wil binden.
Tegenstander vanuit 1:4:4:2
‘Zet de tegenstander druk met twee spitsen, dan wil ik graag de 6 kort achter hun twee spitsen hebben. We hebben het overtal dan al met de keeper, centrale verdedigers en de 6. We willen dan via de 6 het overtal uitspelen en proberen het middenveld in te komen. Lukt dat niet, dan komt de bal vaak uit bij de back. Onze back moet daarom dus niet hoog aan de zijkant spelen, maar wat lager en aan de binnenkant zodat de bal via hem naar de 6 toe kan. Dekt de tegenstander met een middenvelder door op onze 6, dan staat het eigenlijk vast. Onze 10 moet daarom de druk volgen. Gaat de 11 van de tegenstander helemaal mee naar binnen om onze 10 af te dekken, dan komt onze contraback vrij die weer aan de binnenkant kan gaan spelen. Dekt de tegenstander door van achteruit en komen ze overal in 1:1 uit, dan moeten wij herkennen dat we er overheen moeten spelen en de spits moeten zoeken.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis