Djordi van der Hoop: Omgang met wisselspelers op amateurniveau

Jelmer de Zwart

4 min leestijd

Djordi van der Hoop

Djordi van der Hoop, succesvol trainer bij de Apeldoornse zaterdagtweedeklasser Robur et Velocitas, kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Zijn vader Hans was ruim dertig jaar een gerespecteerde hoofdtrainer in het oosten van het land. Inmiddels staat Djordi op 28-jarige leeftijd al vijf jaar als hoofdtrainer op het veld en op het punt op te gaan voor het VC4-diploma. Omdat hij daarvoor op divisieniveau actief moet zijn, verlaat hij na dit seizoen Robur et Velocitas ten faveure van het assistentschap bij derdedivisionist Sparta Nijkerk. Met Van der Hoop praten we over een onderwerp dat op amateurniveau vaak nog meer aandacht nodig heeft dan in het profmetier: hoe om te gaan met spelers die regelmatig wisselspeler zijn.

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 297.

Korte gesprekjes

Hoe is je selectie samengesteld en waarom heb je voor deze aantallen gekozen?

Djordi van der Hoop: ‘Dit jaar werk in met een selectiegroep van twintig man, waaronder twee keepers. Dat is minder dan in vorige jaren, vorig seizoen had ik er bijvoorbeeld 24. Een aantal dat tot stand kwam door de late mogelijkheid om twee spelers toe te voegen die een absolute kwaliteitsimpuls betekenden voor het elftal. Zo ontstond een mooi aantal spelers voor tactische trainingen, maar het bracht ook met zich mee, indien iedereen fit was, dat ik een groot aantal spelers niet mee kon nemen naar de wedstrijd en hen moest onderbrengen bij Onder 23 of het tweede elftal. Dat was vaak een enorme puzzel die veel overleg vergde. En de vraag is dan: wanneer vertel je het ze? Niet altijd voor de training van donderdag, want dan weten ze al dat ze niet gaan spelen en dat kan ten koste gaan van de gemoedstoestand van de speler van wie je wel verwacht dat hij ‘gewoon’ goed traint.’

Proactief wisselen

Ben je een trainer die op initiatief wisselt (dus je wilt zelf iets teweegbrengen in een wedstrijd) of die meer reageert op wat de tegenstander doet?

‘Als het gaat om wisselbeleid tijdens een wedstrijd ben ik een trainer die goed kijkt naar wat in de wedstrijd nodig is om het verschil te kunnen maken. Uiteraard stel ik ook zo mijn basiselftal samen. Als het gaat om de bezetting op de bank probeer ik daar de kwaliteiten te verzamelen die nodig kunnen zijn om de wedstrijd te kunnen beïnvloeden. Zo richt ik ook mijn wisselbeleid in: wat heeft de wedstrijd nodig en kan ik daar met de kwaliteit die ik achter me op de bank heb zitten, invloed op uitoefenen? Soms handel ik daarin proactief. Vanuit analyses van eerdere wedstrijden weet je vaak wel wat het plan B van een tegenstander kan zijn wanneer wij bijvoorbeeld met 1-0 voorstaan en er nog twintig minuten te spelen zijn. Dan kan het wel gebeuren dat ik alvast een speler inbreng die ik normaliter pas nádat zij gewisseld hebben zou brengen, om hun dat wapen al bij voorbaat uit handen te nemen.’

Djordi van der Hoop

Meedenken

Die communicatie met dit soort spelers, die vaak buiten de basis vallen, is wel essentieel. Kun je wat meer vertellen over hoe je hierin te werk gaat?

‘Het is logisch dat een speler die niet speelt, het niet met jou als trainer eens is. Vrijwel elke speler vindt dat hij moet spelen, of in elk geval dat de keuze ook op hem zou kunnen vallen. Je kent wel gevallen waarin de basisspelers allemaal met de trainer weglopen, en de rest ziet hem veel minder zitten. Ik doe er alles aan om bij zo’n situatie weg te blijven, en daarom steek ik erg veel moeite in de communicatie en het contact met de spelers die ik minder vaak opstel. Natuurlijk mogen ze het niet met me eens zijn, maar ze moeten niet met een gevoel blijven zitten dat ik het niet goed heb uitgelegd. Ik ga ook het gesprek aan over zaken buiten voet- bal, gewoon even informeren hoe het met iemand gaat en aanvoelen of er bepaalde dingen kunnen spelen. Het kan ook dat ik hem een boodschap breng die als volgt luidt: luister, ik ben heel tevreden over wat je doet. Je bent er altijd, traint goed en als je speelt gaat het ook prima. Maar gezien de fase waar we in zitten – we hadden begin dit jaar bijvoorbeeld een fase met mindere resultaten – denk ik dat we nu iets anders nodig hebben dan wat jij in huis hebt. Daarom stel ik je nu niet op. Dus ik begrijp dat je me nu even geen fijne trainer vindt.’

Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>