FC Utrecht: ‘Beste talent moet beste programma hebben’

Jelmer de Zwart

4 min leestijd

Naarmate het eerste elftal beter presteert en dus de eisen hoger worden, wordt het voor jong talent moeilijker om de stap naar dat eerste team te maken. Dit is wat de afgelopen jaren zichtbaar is geweest bij FC Utrecht. Desalniettemin heeft ook deze club aanwas van jonge en zelfopgeleide topspelers nodig, om de eigen hoofdmacht te versterken en (eventueel daarna) kapitaal op te kunnen leveren door een transfer. We praten met drie trainers en begeleiders uit deze jeugdopleiding over de ondersteuning voor jong talent richting die top: Jasper Somsen, Sofie Nooijen en Eskil de Koning.

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 290.

Cirkel van vijf

U werkt met de grootste talenten van de Onder 19. Hoe bepalen jullie wie de grootste talenten zijn?

Jasper Somsen: ‘In mijn functie als Trainer Coach Individuele Ontwikkeling ben ik toegevoegd aan de staf van de Onder 19 om de toptalenten nog meer aandacht te geven. Met name op het veld, maar ook daarbuiten. De eerste periode ben ik gaan brainstormen met de hoofdtrainer van de Onder 19: welke spelers komen in onze ogen in aanmerking? We waren het eens, dus dat was prettig. Die – in dit geval zes – namen hebben we voorgelegd aan het Hoofd Jeugdopleiding. We kijken vooral waarin ze zich kunnen onderscheiden ten opzichte van andere spelers op die positie. Dat is het allerbelangrijkste. We beoordelen spelers in een cirkel van vijf. De eerste twee elementen zijn fitheid en professionele houding en staan eigenlijk los van de positie. Spelinzicht is wel per positie afhankelijk. We gebruiken onder andere fysieke testen, gps data, vragenlijsten over welzijn en Brainsfirst testen, maar we blijven goed kijken of wij ons kunnen vinden in wat er uit de testuitslagen komt. Want er is ook het gevaar dat je spelers gaat uitsluiten. Daarnaast heb je functionele techniek en specifieke wapens.’

fc utrecht

Nog niet ‘af’

Welke veranderingen zien jullie zodra een jeugdspeler de overstap maakt naar Jong FC Utrecht?

Sofie Nooijen: ‘De overstap van een jeugdspeler naar Jong FC Utrecht is gewoon nog steeds een grote stap. Dan doelen we niet alleen op het sportieve deel, maar vooral ook mentaal en sociaal. Wat we vaak zien, is dat deze spelers in gedrag al een zekere mate van volwassenheid vertonen. Ze zijn beter in staat om de gevolgen van hun acties te overzien, ze maken bewustere keuzes en kunnen steeds beter plannen. Ze hebben een beeld van waar ze staan, ook ten opzichte van ploeggenoten. Maar ze komen ook met bepaalde verwachtingen binnen bij Jong. Denk aan jongens die altijd als talent zijn bestempeld, hoe gaan ze daarmee om? Kunnen ze die druk aan of werkt zoiets verlammend? Wat horen ze van ouders, leggen die de lat ook hoog of valt zoiets mee? Veel spelers in Jong FC Utrecht zijn 18 tot 21 jaar. Maar we weten ook dat het menselijk brein zich zeker nog blijft doorontwikkelen tot het 25ste levensjaar. Dus in die zin zijn jeugdspelers die de stap maken naar Jong, om het maar zo te zeggen, nog lang niet ‘af’.’

Leeftijd zegt niet alles

Binnen een team als Jong FC Utrecht variëren de leeftijden vaak sterk. De ene speler is 17, terwijl een ander al 21 is. Hoe gaan jullie om met die verschillen? Wordt er van oudere spelers, als we bijvoorbeeld praten over leiderschap, meer verwacht dan van een jongere speler?

Eskil de Koning: ‘Het simpele antwoord daarop is: leeftijd op zich zegt niet zoveel. Persoonlijkheid, ontwikkeling en de levensfase waarin een speler zich bevindt zijn veel bepalender. Neem als voorbeeld iemand als Matthijs de Ligt, die was op zijn negentiende al aanvoerder bij Ajax. Niet vanwege zijn leeftijd, maar wel omdat hij mentaal gezien en als persoon al ver genoeg ontwikkeld was om die rol aan te kunnen. Leiderschap zit ’m niet per se in leeftijd, maar juist meer in hoe iemand in elkaar steekt. Hoe stevig staat iemand in zijn schoenen, in welke mate durft hij verantwoordelijkheid te nemen, en voelt dat voor een speler ook als iets natuurlijks? Dit laatste is belangrijk, want niet iedereen met leiderschapskwaliteiten voelt zich ook daadwerkelijk prettig in die rol. Sommigen kost het juist energie in plaats van dat het ze wat oplevert. Daarom is het echt nodig dat je per speler kijkt: wie is die persoon, wat zijn zijn drijfveren, hoe gaat hij om met het moeten presteren?’

Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>