De Aftrap: verdieping

Paul Geerars

9 min leestijd

In het boekje De Aftrap heb je kennisgemaakt met vijf trainers die ieder vanuit hun eigen praktijk laten zien hoe je als startende voetbaltrainer het verschil kunt maken. Omdat er in de interviews maar beperkt ruimte was, vind je hier de extra verdieping. Je leest hoe zij hun ideeën in de praktijk brengen, welke keuzes ze maken tijdens trainingen en wedstrijden en waarom bepaalde werkwijzen zo goed werken. Van structuur bieden en positief coachen tot individuele aandacht, verantwoordelijkheid geven en jezelf blijven ontwikkelen als trainer. Praktische inzichten die je direct kunt meenemen naar je eigen team en die je hopelijk inspireren om jouw eigen trainersstijl verder te ontwikkelen.

Nourdin Hadouchi (Voetbalkadercoach AFC ’34 Onder 8/9/10)

Polls

Structuur komt ook terug in de organisatie rondom trainingen en wedstrijden. Met vaste polls inventariseert Hadouchi wie aanwezig is, zodat opstellingen en begeleiding vooraf geregeld wordt.

‘In de tijden die we hanteren, komt ook structuur terug. Bij thuiswedstrijden verzamelen we een half uur van tevoren, bij uitwedstrijden een uur. Spelers komen dan vaak op een onbekende plek en dat kan spannend zijn. Daarom willen we rustig landen en wennen aan de omgeving. Daarna voegen we de bal toe, zodat spelers deze bewegingen direct toepassen in het aannemen, passen, dribbelen en maken van keuzes. Zo bouwen we de warming-up stap voor stap op richting de wedstrijd en zijn spelers niet alleen fysiek, maar ook voetballend goed voorbereid.’

Wedstrijd

Ook tijdens een wedstrijd blijft het bieden van structuur een belangrijk aandachtspunt. Hadouchi probeert spelers actief te betrekken bij wat er op het veld gebeurt.

‘Wisselspelers hebben daarin een rol, want ik vraag regelmatig wat zij zien: wat gaat goed of wat zou jij straks anders doen? Op die manier blijven ze betrokken en leren ze nadenken over het spel. Na afloop van een wedstrijd volgt opnieuw een vast moment. We komen altijd even samen, ongeacht of er gewonnen of verloren is. We maken een foto, geven elkaar een high five en benoemen de positieve punten die we meenemen naar de volgende week.’

Resultaat

Toch draait structuur voor Hadouchi uiteindelijk niet om tijden, pylonen of afspraken. Het gaat hem vooral om wat die duidelijkheid oplevert.

‘Als kinderen weten waar ze aan toe zijn, ontstaat rust en duidelijkheid. Die rust zorgt ervoor dat je je als trainer kunt focussen op de spelers waarmee je werkt, waarbij plezier voor mij het allerbelangrijkste is. Structuur is geen doel op zich, maar voorwaardelijk om het grotere doel te bereiken: dat spelers met plezier naar de club komen, omdat ze voetbal een heel leuk spelletje vinden. En dat moet het ook zijn.’

Pim Körver (JO-9 SC Jekerdal)

Zelfstandiger

Die aanpak hangt trouwens samen met een andere les die hij uit VC1 meenam: positief coachen.

Pim Körver: ‘Ik ben van nature best kritisch. Vroeger kon ik na een verloren wedstrijd echt balen. In de opleiding heb ik geleerd om meer te kijken naar wat al goed gaat, want het blijven kinderen die aan het leren zijn. Als bij een speler iets een paar keer misgaat, hoef ik daar niet altijd direct iets van te zeggen. Soms laat ik het even gebeuren en bespreek ik het later. Of ik vraag spelers zelf hoe zij vinden dat het gaat. Dan vertelt een speler dat hij thuis een nieuwe actie heeft geoefend, en dat hij die actie in de wedstrijd wil proberen. Als dat niet lukt, is dat niet erg. Dan zeg ik: ‘Probeer het vooral. Maar als je de bal verliest, help dan je teamgenootjes mee om hem terug te winnen.’ Je wilt dat je spelers krijgt, die initiatief durven nemen. Die iets nieuws proberen. Door ze op allerlei te stimuleren en positief te benaderen, zie je gewoon dat ze groeien. Mijn spelers denken steeds meer mee, helpen elkaar en nemen verantwoordelijkheid. Ze zetten materialen klaar, ruimen op en komen zelf met oplossingen tijdens wedstrijden. Voor mij is dat misschien wel de grootste winst. Door spelers uit te dagen, positief te coachen en ze mee te laten denken, worden ze zelfstandiger. Dan krijg je kinderen die niet alleen beter leren voetballen, maar die ook steeds meer verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor het team.’

Jop Kloks (R.K.V.V. Dommelen O11-1)

Meer zelfvertrouwen
Jop Kloks:
‘Het effect van deze manier van begeleiden is enorm groot, zeker bij spelers van de Onder 11. Kinderen voelen zich echt gezien en gehoord binnen het team door de trainer. Het geeft hun zelfvertrouwen een enorme boost wanneer ze op zoek gaan naar een persoonlijk doel en daar vervolgens voldoening uit halen. Ze ervaren het als een mooie persoonlijke uitdaging. Daarnaast merk ik dat het zorgt voor aanzienlijk meer speelplezier in het voetballen. Spelers worden sneller vriendjes van elkaar omdat ze elkaar op het veld gaan helpen om die persoonlijke doelen te bereiken. Tijdens mijn eigen scholingen, zoals de Aftrapbijeenkomst, JVC-module en de VC1-opleiding vanuit de KNVB, heb ik geleerd hoe belangrijk het is om spelers te begeleiden op een manier die past bij hun specifieke leeftijdscategorie. Het allerleukste aan jeugdtrainer zijn vind ik dan ook het zien van die ontwikkeling. Als je daar als trainer een bijdrage aan kunt leveren en je merkt dat je respect krijgt van zowel de spelers als de ouders, is dat de mooiste beloning die je kunt krijgen.’

Renée Geertsma-Haijma (vv Minnertsga O9)

Het mooiste is het wanneer kinderen zelf ontdekken wat werkt. Dan blijft iets ook veel beter hangen. Als je kinderen de ruimte geeft, komen ze volgens Renée vaak zelf met oplossingen. Soms zelfs oplossingen, waar je als trainer niet direct aan had gedacht.

Opsteken
‘Wanneer een oefening te eenvoudig blijkt, bedenken spelers zelf manieren om de uitdaging groter te maken. Dan zie je hoe creatief ze zijn. Door ze mee te laten denken, worden ze actief en voelen ze zich mede-eigenaar van wat er gebeurt. Daarbij moet je trouwens wel opletten dat iedereen aan bod komt. In iedere groep heb je kinderen die overal als eerste op reageren. En dat is prima, maar ik wil ook de rustigere spelers horen. Door bewust beurten te geven of door kinderen hun vinger op te laten steken, krijgt iedereen de kans om mee te denken.’

Door spelers mee te laten helpen én mee te laten denken, ontstaat langzaam een cultuur waarin verantwoordelijkheid nemen vanzelfsprekender wordt.

Begrijpen
‘Na verloop van tijd zie je dat spelers zelf initiatief nemen. Ze helpen elkaar, pakken materialen op of komen met ideeën. Dat lijken kleine dingen, maar ze maken al een groot verschil. Naarmate kinderen ouder worden, verschuift die verantwoordelijkheid steeds meer richting het voetbal zelf. Dan denken spelers niet alleen mee over de organisatie van een training, maar ook over het spel. Je kunt dan een laag dieper gaan met vragen als: “Waarom creëren we weinig kansen?” of “Waarom krijgen we veel doelpunten tegen?” Op die manier leren ze het spel beter begrijpen.’

Voor Renée zit ontwikkeling niet alleen in techniek of tactiek, maar ook in de manier waarop kinderen leren samenwerken, initiatief nemen en vertrouwen krijgen in zichzelf. Dat spelers motorisch gezien ontwikkelen is belangrijk, maar volgens haar geldt dat nóg meer voor sociaal-emotionele en cognitieve vaardigheden.

Groeien
‘Soms zie je groei in techniek of spelinzicht. Soms in samenwerken, zelfvertrouwen of in het nemen van verantwoordelijkheid. Door bewust aan die verantwoordelijkheid te werken zie je niet alleen de betere voetballer groeien, maar ook het kind achter de speler. Iedereen ontwikkelt zich op zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Dat maakt het ‘trainer zijn’ ook zo leuk, omdat je iedere speler op zijn eigen manier stappen ziet zetten.’

Corina Rijnhout (vv Kapelle MO15-1)

Training naar wedstrijd
‘De verschillende scholingen die ik de afgelopen drie jaar heb gevolgd, hebben mij enorm geholpen. Mijn absolute hoofdleerpunt is de vraag hoe je een goede training neerzet als je kijkt naar de methodische opbouw en de trainingsintensiteit. Vroeger deed ik voornamelijk wat goed voelde, maar nu ben ik in staat om de specifieke uitdagingen vanuit een wedstrijd te herkennen. Die uitdagingen kan ik vervolgens heel concreet vertalen naar passende oefenvormen op de trainingen. Je leert door de cursussen ook kritisch te kijken naar je eigen positionering. Waar sta je bijvoorbeeld als trainer in een bepaalde vorm om de spelers het beste te coachen? Het belangrijkste principe dat ik heb omarmd, is dat spelers leren voetballen door het simpelweg heel veel te voetballen. De bal moet rollen.’

Verbinding
‘Ik vind het geweldig om echt iets te kunnen betekenen voor hun persoonlijke ontwikkeling. Het samen ontwikkelen en het stap voor stap vooruitgaan als individu en als team maakt mij oprecht trots. Het geeft mij ontzettend veel voldoening wanneer we de specifieke zaken die we doordeweeks op de training hebben geoefend, op zaterdag direct terugzien tijdens de wedstrijd.’

Drempels verlagen
‘Mijn belangrijkste aanbeveling aan andere moeders of geïnteresseerde vrouwen is: vrouwen moeten het trainersvak gewoon instappen en het gaan doen. Vooraf moet je vooral niet te veel nadenken over de vraag of je het allemaal wel kunt. De KNVB faciliteert ontzettend veel materialen en cursussen om beginnende en onervaren vrouwen of moeders direct op weg te helpen. De speciale JVC-module voor vrouwen werkte voor mij destijds drempelverlagend. Ga daarnaast stagelopen bij andere teams binnen je vereniging. Kijk daar goed af wat wel en wat niet werkt, en vertaal die inzichten naar iets wat perfect aansluit bij je eigen karakter en profiel als trainer.’

Trainingsvorm: 1:1 met richtingsverandering

Organisatie

  • Veld van 15×15 meter.
  • 2 kleine doeltjes.
  • 8 hoedjes.
  • 4 pylonen.

Inhoud

  • In deze oefening willen we het uitspelen van een één-tegen-één-situatie verbeteren.
  • De verdediger passt naar de aanvaller die naar de bal toe beweegt, waarna er een 1 tegen 1 situatie ontstaat.
  • De aanvaller probeert een van de poortjes te bereiken, als de aanvaller hier doorheen dribbelt mag hij scoren op een van de twee kleine doeltjes.
  • Als de verdediger de bal afpakt, mag hij direct scoren op een van de twee kleine doeltjes.
  • 1 punt: 1 poortje en scoren.
  • 2 punten: 2 verschillende poortjes en scoren, of als de verdediger scoort.
  • 3 punten: 3 verschillende poortjes en scoren.
  • 5 punten: 4 verschillende poortjes en scoren.
  • Een potje kan maximaal 20 seconden duren.

Coaching

  • ‘Raak de bal zo vaak dat je hem in looptempo in de goede richting mee kan nemen.’
  • ‘Laat de bal niet wegspringen.’
  • ‘Buig je bovenlichaam iets over de bal heen.’

Variatie

Aanvallen makkelijker maken:

  • Veld breder en/of langer maken.
  • Poortjes breder maken.
  • Verdediger moet ook minimaal door een poortje dribbelen, voordat er gescoord kan worden.

Aanvallen moeilijker maken

  • Veld smaller en/of korter maken.
  • Poortjes smaller maken.