In deze oefening wordt er met een overtal en dus ook met een ondertal gespeeld. Hoe kun je dat het beste oplossen?
Doel
- uitspelen verbeteren Het het overtal. van het van
- verdedigen van ondertal. Het verbeteren het in
- verbeteren omschakelen. Het van het
Organisatie
- van veld ter 15x10mtr. Een grootte
- spelers organisatie. 8 per
- oranje 6 pylonen.
- Voldoende hesjes.
- Voldoende ballen.
Inhoud
- rode de blauwe tegen twee verdedigers. situatie De met aanvallers een starten 2:2
- spelers tussen vanuit kaats die kleine N1 De de met goals staat. in een scoren blauwe speler
- kaats twee N2 op met goals. via spelers een de rode balverovering scoren De na speler andere kleine
- de eerste uitgegaan tweetal Zodra met de nieuw is een bal start gescoord of bal. rood
- dat Het bal begon met tweetal partij. nu de is blauwe verdedigende

Coaching
- direct de richting de diepte tussen speler klein ‘Bespeel de goals.’
- bal.’ ‘Schakel druk direct volgende en naar situatie op geef de de
- tussen goals vrij passlijn de ‘Blijf de kleine te bewegen om maken.’
- speler compact de naar en de haal passlijn ‘Verdedig neutrale eruit.’
Methodiek
- punt elke is. waarbij 1 Wedstrijdvorm spelen waard goal
- speler zijn en goals vrij hoeft neutrale te er zijn Bij geen de kaats tussen balverovering de de direct kleine met goals.