Robin Peter werkt in de residentie aan hernieuwd succes

Jelmer de Zwart

4 min leestijd

In een handomdraai lijkt de Duitse trainer Robin Peter ADO Den Haag, na de teleurstellend verlopen play-offs van het vorige seizoen, op het juiste spoor te hebben gezet. Met uitermate attractief en dynamisch spel dendert de club uit de hofstad tot op het moment van schrijven door de Keuken Kampioen Divisie. Tijd om de werkwijze van Peter onder de loep te nemen, en dat doen we natuurlijk het beste door er met hem zelf over te praten. Een beeld van een moderne en ambitieuze trainer die zijn sporen in het jeugdvoetbal al meer dan verdiend heeft en nu bezig is om op seniorenniveau hetzelfde te doen.

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 293.

Rangnick en Nagelsmann

Je bent afkomstig uit de school van RB Leipzig, waar je jarenlang in de jeugd actief bent geweest. Wat kun je ons vertellen over de mate waarin je door de filosofie van die club beïnvloed bent?

Robin Peter: ‘Ralf Rangnick is in 2012 naar RB Leipzig gekomen. Zijn ideeën over voetbal, hoe je dat speelt en traint, zijn voor de hele Red Bull-organisatie van enorm belang geweest. Ik was er al een jaar eerder, ik heb daarvoor Sportwetenschappen gestudeerd in Leipzig. In die periode ben ik als trainer bij RB Leipzig in de jeugd begonnen, maar Rangnicks komst heeft veel veranderd. Je hebt het dan over elementen als drukzetten, counterpressing, intensiteit, balgeoriënteerd verdedigen en verticale ballen spelen in de opbouw en de aanval. Dat was voor mij een geweldige leerschool, temeer daar we veel overleg en opleiding hadden, van Rangnick zelf maar ook van Helmut Gross, die als een soort mentor voor ons als jonge trainers optrad. Het is niet voor niets dat zoveel succesvolle trainers die al enige jaren aan de weg timmeren, uit die school komen. We hebben allemaal van deze beïnvloeding geprofiteerd. Je ziet dat nu bij ADO Den Haag ook terug, waar we heel intensief en agressief spelen. Vooral bij het drukzetten en de counterpressing is dat duidelijk zichtbaar, maar ook in de opbouw willen we heel initiatiefrijk zijn.’

Niet onderhandelbaar

In hoeverre zit de manier waarop je wilt spelen in beton gegoten? Is dat ook in zekere mate nog afhankelijk van de spelers die je tot je beschikking hebt?

‘Ik ben van mening dat je met vrijwel elke ploeg en ongeacht de spelers die je onder je hebt tot op zekere hoogte een bepaalde speelwijze kunt toepassen. Zeker als het gaat om drukzetten. De discussies heb je weleens: kúnnen we wel zo spelen, met speler X of Y op een bepaalde positie? Ik heb er altijd veel vertrouwen in dat we spelers in hoge mate kunnen meenemen in deze speelwijze, en dat vertrouwen baseer ik op mijn ervaring dat dit met veel ploegen ook goed gelukt is. Het kán natuurlijk wel een rol spelen welke kwaliteiten je spelers hebben, maar dan hebben we het meer over het spel in balbezit. Stel je hebt een speelwijze waarbij je sterk van snelle tegenaanvallen afhankelijk bent en je hebt geen snelheid voorin, dan is dat een serieus probleem. Maar het spelen van pressing of gegenpressing is niet zozeer van talent afhankelijk. Die factoren hangen er meer mee samen of je lichamelijk fit bent, en of je de bereidheid hebt om het uit te voeren.’

Positionering

Laten we eens verder inzoomen op het spel aan de bal, de opbouw en het aanvallen.

‘Bepalend is voor ons altijd om te kijken of we de bal vrij hebben, of dat er druk uitgeoefend wordt. Een principe is dan: is er druk, dan wil ik spelers rondom de bal hebben. Is er geen druk, dan wil ik diepteloopacties zien. Dus het gaat er altijd in eerste instantie om wát we doen, en pas daarna om hóé we het doen. Een ander aandachtspunt is waar op het veld we ons bevinden. Je hebt ploegen die hoog drukzetten, ongeacht de spelsituatie. Dat is gunstig voor ons, want we hebben de mogelijkheden om daar onderuit te spelen. Je hebt ook ploegen die compact gaan staan, en nauwelijks iets doen. In die gevallen is het voor ons zaak om die tegenstander te lokken, ze uit elkaar te spelen. Verder willen we dan nog niets, maar alleen de tegenstander in beweging krijgen zodat ergens ruimtes ontstaan. Wat we zeker moeten voorkomen, is dat we spelers gaan aanspelen die omringd worden door meerdere tegenstanders. Dat willen zij het liefste, want dan sluiten zij ons in. In die gevallen verlies je relatief makkelijk de bal en ben je kwetsbaar voor tegenaanvallen.’

Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>