Na een jarenlange carrière als profvoetballer zet Ryan Koolwijk momenteel stappen richting een toekomst als voetbaltrainer. Op basis van zijn ervaring als speler, maar ook als assistent-trainer van zowel Suriname als ADO Den Haag onder 19, vertelt hij in dit artikel over de voor- en nadelen van het spelen vanuit een middenblok. ‘Als je de juiste spelers hebt, kun je hier erg succesvol mee zijn.’
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 285.
Kwaliteiten
Ryan Koolwijk: ‘Persoonlijk zou ik het spelen vanuit een middenblok, zoals je in alle tekeningen trouwens ook ziet, altijd het liefste doen vanuit een 1:4:4:2 of 1:4:4:1:1. Vooral omdat je dan in de as een net iets betere bezetting hebt. Maar los daarvan kijk je als trainer-coach toch altijd naar de kwaliteiten van je spelers.
Een mooi voorbeeld vond ik hoe we destijds bij SBV Excelsior onder Alex Pastoor omgingen met Kermit Erasmus. Die speelde bij ons op 10, en Pastoor zei dat hij daar in het verdedigen ook maar gewoon moest blijven staan. Pastoor vond ons als team daarachter namelijk zó goed verdedigen, dat Erasmus in het verdedigen amper nodig was. Daar lag zijn kracht trouwens ook niet. Maar bovendien, en dat vond ik heel slim, was de opdracht voor ons om de bal na verovering dÃrect naar Kermit te spelen (zie gele ballijn in tekening 8, red.). Wij wisten immers waar hij stond en hij stond vrijwel altijd vrij. Met zijn snelheid en creativiteit werden we dankzij lopende mensen direct gevaarlijk.’

Leren
‘Spelen vanuit een middenblok, maar ook drukzetten in het algemeen, is iets dat je echt samen moet doen. Voor mij zijn het vooral de aanvallers die in dat drukzetten leidend zijn. Die staan vaak het dichtste bij de bal, die kunnen het beste inschatten wan- neer een tegenstander bijvoorbeeld een lastige bal met een stuit naar een teamgenoot speelt. Die aanvallers zien het snelst wanneer iemand op zijn verkeerde been wordt ingespeeld. Hier speelt, zoals wel vaker, communicatie een erg belangrijke rol. Stel dat je als aanvaller heel moe bent, omdat je bijvoorbeeld net een flinke loopactie hebt gemaakt. Dan pak je even rust. De aanvaller bepaalt. Middenvelders die moe zijn na een actie kunnen tegen hun aanvallers zeggen dat ze nog geduld moeten hebben. Even dertig tellen wachten totdat iedereen weer op adem is en optimaal mee kan doen. In mijn beleving kan het nooit zo zijn, al moet ik zeggen dat ik het weleens meegemaakt heb, dat een trainer-coach vanaf de zijlijn aangeeft wanneer er drukgezet moet worden. De trainer-coach kan een moment misschien herkennen, maar hij kan niet inschatten hoe spelers zich voelen in het veld. Als je slimme spelers hebt die het spel lezen, moet je er als trainer-coach gewoon op vertrouwen dat je spelers Ãn het veld de beste keuze maken.
Ongeduldig
‘Ik snap dat er voor spelers weinig dingen meer vervelend zijn dan een hele tijd achter de bal aan lopen. Maar in feite kan je weinig gebeuren, mits je het in zowel de lengte als de breedte dus compact houdt. Dicht bij elkaar blijven. Het gaat echter nog weleens verkeerd als een speler niet geduldig genoeg is en toch uitstapt. Dan moet de rest mee. Maar laten we eerlijk zijn: als je geen druk op de bal krijgt en de tegenstander zelf wordt niet gevaarlijk, dan doe je het toch gewoon goed? De praktijk leert dat het vaak de ploeg in balbezit is, die ongeduldig begint te worden en toch fouten gaat maken.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis