In het Spaanse Salou behaalde het Nederlandse CP-team voor het eerst in dertig jaar een medaille op een WK. Na nipt verlies in de halve finale tegen Oekraïne (nummer 1 op de wereldranglijst) werd in de strijd om de derde plaats afgerekend met Brazilië. Met Stephan Lokhoff, recordinternational in deze vorm van voetbal en de tegenwoordige bondscoach, praten we over de spelprincipes van dit team en de wijze waarop hij die traint. Die aanpak bestaat uit elementen die we in het voetbal voor volledig valide personen ook tegenkomen, maar ook zaken die specifiek zijn voor CP-voetbal.
Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 286.
Spelprincipes
Laten we het eens hebben over de spelprincipes die je hanteert, en misschien moeten we ze maar een-voor-een afwerken. We starten met het verdedigen.
‘Verdedigend spelen we in een formatie 1:3:2:1. Dus de keeper, dan één centrale verdediger en twee wingbacks, twee centrale middenvelders en een spits. We zien de tegenstanders doorgaans in 1:2:3:1 aanvallen, maar het komt ook voor dat ze als het ware gespiegeld aan ons staan. Dus dan spelen zij ook met drie opbouwers, twee middenvelders en één spits (afbeelding 1). Tegen de wat sterkere landen hebben wij ervoor gekozen om vooral te verdedigen op eigen helft. Dan wilden we in de omschakeling gevaarlijk worden. Dat kunnen we doen, omdat we met onze spits en middenvelders de nodige creativiteit en snelheid hebben. Die spelers zijn gebaat bij ruimte, die ze goed kunnen bespelen.’

Rekening houden met kwaliteiten
‘De bedoeling in het verdedigen was dat de spits vooral de linkerkant van de tegenstander probeerde het opbouwen onmogelijk te maken, zodat ze over hun rechterkant gedwongen werden. Die keuze heeft te maken met de kwaliteiten van de tegenstander, en zeker ook met onze eigen kwaliteiten. Dat betekende dat de spits vanaf de linker opbouwer de centrale man aan de bal ging aanlopen, om die passlijn naar links eruit te halen. De pass ging dan inderdaad doorgaans naar de rechter opbouwer. Onze wingback aan die kant kon daar al rekening mee houden, en op tijd uitstappen naar die speler (afbeelding 2).’

Onderlinge communicatie
‘Ter hoogte van de middenlijn hoeven we er dan nog niet direct veel druk op te hebben. Dribbelt de balbezitter echter in, dan moeten we hem gaan opvangen. Waarschijnlijk zullen we dan zien dat de spits zich gaat aanbieden, daar moeten we dan kort op zitten. De rechter wingback knijpt in dit soort situaties naar binnen voor de rugdekking. Blijkt nu bijvoorbeeld dat een middenvelder van de tegenpartij onze linker wingback bindt zodat die niet kan uitstappen, dan zal een middenvelder de man aan de bal gaan opvangen (zie afbeelding 1). Dat is een kwestie van onderlinge communicatie. De tweede middenvelder zal in dit soort situaties meer naar de as toekomen om daar de ruimte dicht te zetten. De as dichthouden is immers een van de spelprincipes die we hanteren. Een van de andere is het beheersen van de onderlinge afstanden. Dat zie je in dit voorbeeld ook al terug, doordat de tweede middenvelder aansluit bij de loopactie van de eerste. In de tussentijd heeft de spits zich ook wat later inzakken, zodat ook hij weer deelneemt aan het collectief verdedigen. Op die manier kunnen we ook het derde principe toepassen, te weten agressief drukzetten op de bal. Als we elkaar daarin optimaal ondersteunen, dan hebben we hiermee de spelprincipes bij het verdedigen benoemd.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis