Wedstrijdecht trainen met daadwerkelijke situaties als uitgangspunt

Jelmer de Zwart

3 min leestijd

wedstrijdecht

Veel trainers vinden ‘wedstrijdecht’ trainen cruciaal. Oefenvormen moeten zoveel mogelijk lijken op de wedstrijd, dus met richting, winnen en verliezen, een hoge intensiteit en realistische posities, principes en patronen. En hoe krijg je trainingsvormen realistischer dan door ze direct af te leiden van bestaande wedstrijdsituaties?

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 295.

Partijspel 11:11

De meest wedstrijdechte trainingsvorm die er bestaat is natuurlijk een partijspel 11:11 op een heel veld. Het
is een letterlijke kopie van de wedstrijd, alleen dan als onderlinge partij. Een nadeel is alleen dat het aantal handelingen per speler relatief laag ligt. Tijdens trainingen wil je soms groot trainen (zoals 11:11) en soms kleiner, met meer balcontacten en een hogere intensiteit. Maar hoe giet je dat in vormen die nog steeds zoveel mogelijk recht doen aan de context van de wedstrijd? Eén manier waarop dat kan is door de vormen rechtstreeks vanuit wedstrijdsituaties naar het trainingsveld te vertalen.

Methodiek toepassen

Wat nog sterker is dan het een-op- een gebruiken van de vormen uit dit artikel, is dezelfde methodiek zelf toepassen op het eigen team. Oftewel: beelden uit wedstrijden terugkijken of situaties uit wedstrijden onthouden, daar een deel van ‘omkaderen’ en dat wegzetten op het trainingsveld. Zo komen spelers tijdens trainingen in situaties terecht die sterk lijken op wat ze in de wedstrijden ook ervaren. En doen ze ervaringen op die ze rechtstreeks kunnen toepassen in de wedstrijd. De overgang van de wedstrijd naar de training en weer terug naar de wedstrijd is dan optimaal.

Vervolgens is het de kunst om deze trainingsvormen, afgeleid uit wedstrijdsituaties, ‘aan te kleden’ op een manier die past bij de leeftijd en het niveau van de spelers. Hoe begint de vorm, hoe kunnen spelers scoren (en winnen of verliezen) en welke methodische stappen kun je toepassen? In de trainingsvormen in dit artikel geven we daar voorbeelden van. Die zijn uiteraard aan te passen op basis van de context van het eigen team.

Trainingsvorm 1 – K+3 : 3 in de as

Organisatie

In deze vorm bouwt blauw op met een keeper en drie veldspelers tegen drie drukzettende spelers van rood. Bij blauw kunnen dit drie centrale verdedigers zijn of twee centrale verdedigers en een controleur. Rood begint in de mandekking en zoekt van daaruit naar momenten om door te stappen op de keeper. Veroveren zij de bal, dan kunnen ze scoren op het grote doel. Daarmee verdienen ze twee punten. Blauw scoort door de bal stil te leggen in het eindvak. Dat levert één punt op. De keeper mag de bal maximaal tien seconden aaneengesloten aan zijn voet houden. Daarna is er dus bijvoorbeeld een kaats nodig met een van zijn medespelers. Gaat de bal uit, dan start blauw weer bij de keeper. De serie eindigt na tien minuten. Is de stand dan nog gelijk, dan krijgt blauw een laatste kans om te scoren. Lukt dat niet, dan wint rood.

wedstrijdecht
Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>