Marokko: excelleren in 1:4:1:4:1

Jelmer de Zwart

3 min leestijd

marokko

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 271.

De teleurstelling over de verloren troostfinale maakte al snel plaats voor trots. Want Marokko gaat de boeken in als het eerste Afrikaanse land dat bij de beste vier landen op een WK wist te eindigen. ‘Door ons mogen kinderen in Marokko en in veel Afrikaanse landen weer dromen over voetbalsucces en deelname aan een WK. Dat is onbetaalbaar en veel meer waard dan het veroveren van de titel’, zei de succesvolle bondscoach Walid Regragui na afloop van de wedstrijd om de derde plaats, waarin Kroatië met 2-1 te sterk was.

Aanvallen: bal vasthouden op eigen helft

Naast Amrabat, Ziyech en Boufal had Marokko ook En-Nesyri. De 1,89 meter lange aanvaller van Sevilla is sterk en lenig, fungeerde zowel over de grond als in de lucht als aanspeelpunt en kon ballen voorin vasthouden. Heb je een dergelijke sterke en meevoetballende spits niet? Dan loop je het risico dat je in 1:4:1:4:1 vooral op eigen helft komt te spelen, omdat je geen ballen kunt vasthouden. Middenvelders kunnen in de omschakeling onvoldoende bijsluiten. In diezelfde omschakeling probeerde Marokko trouwens direct Ziyech of Boufal te zoeken. De individuele kwaliteiten van deze spelers lagen daaraan ten grondslag. In dit eerste voorbeeld wordt Ziyech in de achtste finale tegen Spanje omringd door drie tegenstanders. Het kunnen vasthouden van de bal en het lokken van tegenstanders is een wapen. Ziyech bindt meerdere Spanjaarden, terwijl Ounahi achter hem in de vrije ruimte komt en de bal ontvangt. Dankzij dat lokken en binden van Ziyech worden medespelers in staat gesteld om in betere posities te komen.

Wat Ziyech doet op rechts, doet Boufal op links. Maar waar Ziyech aan de rechterkant juist op de vierkante meter van waarde bleek voor de ploeg van Regragui, was Boufal dat op links vooral vanwege zijn dribbels. In tegenstelling tot zijn maatje op rechts trok Boufal op links dit WK vaker naar het midden toe. De overeenkomst tussen beide spelers is dat, net als Ziyech, ook Boufal veelvuldig werd gezocht. En door zijn dribbels bindt ook hij tegenstanders, maar weet hij ook zelf met enige regelmaat door linies heen te breken. Een mooi voorbeeld daarvan ontstond tegen Frankrijk. De Marokkanen veroverden net buiten het eigen zestienmetergebied de bal en het eerste wat men deed, was het zoeken naar Boufal. Ook nu slaagde hij er dankzij technische en fysieke kwaliteiten in om de bal tussen diverse tegenstanders in aan te nemen, te draaien en de aanval op de helft van de tegenstander voort te zetten.

Zones

Dat het Marokkaanse elftal vooral in verdedigend opzicht lof oogstte, valt te begrijpen. Voorafgaand aan de halve finale tegen Frankrijk kreeg de ploeg immers maar één doelpunt tegen. Van de acht teams die in Qatar nog meededen aan de kwartfinale, deed geen enkel team het beter. Die defensieve zekerheid werd vooral mogelijk gemaakt door de activiteit van Sofyan Amrabat op het middenveld. In de 1:4:1:4:1 bleef hij vooral actief in zone 5.

Vanuit het perspectief van de tegenstander stond hij dus in zone 14, de zone waar de aanvallende partij graag in terecht wil komen. Tegen Frankrijk, waarin Marokko mede door personele problemen in 1:5:4:1 speelde, hield Amrabat die positie in zone 5 overigens ook gewoon vast.

Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>