Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 277.
Thomas Ruesink was in Nederland jeugdtrainer bij De Graafschap, waarna hij in Qatar aan de slag ging bij de Aspire Academy. Daarna werd hij trainer bij PSV. Sinds afgelopen seizoen is hij in Schotland bij Queen’s Park werkzaam, waar hij Head of Children’s Programme is. Ruesink vertelt hoe hij met een combinatie van de methode-Coerver en chaosvormen de jongste generaties Schotse voetballers opleidt voor de Europese top.
De schaar
Thomas Ruesink: ‘Je hebt tientallen verschillende passeerbewegingen. Wiel Coerver begon jaren geleden met zijn techniektrainingen en had het toen vooral over de perfecte manier waarop je bijvoorbeeld de schaar moet uitvoeren. In de loop van de tijd zijn we erachter gekomen dat iedereen zijn eigen unieke manier van bewegen heeft en dus ook waarop hij de schaar uitvoert. De ideale schaar is dus eigenlijk alleen jouw ideale schaar. Bij een goede schaar aanleren gaat het er dus niet om dat je weet wat je moet doen, maar dat je ervaart welke manier van uitvoeren voor jou het beste werkt. Je hebt een schaar onder verschillende weerstanden, zoals een wisselende ondergrond, een net iets andere hoek of een ander type verdediger. Het gaat er dus om dat je in verschillende situaties bepaalde bewegingspatronen kunt gebruiken en die zo kunt activeren dat jij altijd een oplossing hebt zonder erover na te denken.’
Chaosvormen
‘Tijdens mijn periode in Qatar ben ik begonnen met het ontwikkelen van chaosvormen. Chaos vind ik eigenlijk niet het goede woord, maar het zijn vormen waarin spelers constant aan het omschakelen zijn en waarbij de ‘logische’ structuur vaak ontbreekt. Daarnaast is de vorm van het veld weleens wat vreemd voor spelers. De goals staan bijvoorbeeld in hoeken en we maken gebruik van bepaalde spel- regels om gedrag uit te lokken. Het gaat erom dat we met de oefening op een impliciete manier het gewenste gedrag belonen.
Een voorbeeld hiervan is de oefening in onderstaande afbeelding. Het gaat in deze oefening om het ervaren van
het afronden vanaf de zijkant, dus bijvoorbeeld met een krultrap. Blauw 3 begint met de bal. Hij moet proberen blauw 4 achter de oranje lijn in te spelen. Vervolgens kunnen blauw 3 en 4 op beide doelen met keepers scoren. Pakt de rode verdediger of een van de keepers de bal af, dan kunnen zij scoren op het grote doel zonder keeper. Gaat de bal uit of wordt er gescoord, dan wordt blauw 3 de verdediger in het midden. Hij is de speler die met de aanval is begonnen. Rood 3 moet dan proberen om rood 5 te bereiken.’

Variatie
‘We doen veel verschillende oefenvormen en herhalen nooit dezelfde oefening een dag later. Komt een oefening terug, dan is die toch vaak iets anders dan de keer ervoor. Spelers leren anders de oefening kennen en gaan de oefening beheersen in plaats van dat ze bezig zijn met beter leren voetballen. Zeker jongere kinderen zijn vooral gefocust op zichzelf. Liever de finale verliezen met 3-2 en zelf twee keer scoren dan de finale winnen en zelf niet scoren. Tijdens een oefenvorm zijn ze dus vooral bezig met hoe zij zelf zoveel mogelijk punten kunnen scoren. Kennen de spelers dan de vormen die je doet, dan gaan ze nadenken over wat ze de vorige keer deden om punten te kunnen verdienen in plaats van dat ze nadenken met welk (voetbal)gedrag of techniek ze op dit moment punten kunnen scoren. Ze zijn dan dus niet bezig met hun aanname of hun dribbel. Zeker als je vaker en langer traint is het belangrijk dat die onvoorspelbaarheid erin blijft zitten.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis