Otten (assistent NEC): Van expliciet naar impliciet

Redactie De Voetbaltrainer

4 min leestijd

Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 278.

In deze special rondom een nieuwe generatie trainers gaan we er gemakshalve vaak van uit dat de betreffende trainer die we spreken, relatief weinig trainerservaring heeft. Dat gaat in elk geval niet op voor Mark Otten, die al ruim twee decennia geleden begon met zijn eerste trainersklus. Otten is dit jaar aangesteld als assistent van Rogier Meijer bij NEC. Met hem praten we over zijn ontwikkeling, wat hij in al die jaren heeft geleerd, en uiteraard over de specifieke invulling van zijn taak bij het eerste elftal van de Nijmeegse formatie.

Verschillende ervaringen

Mark Otten: ‘Het is altijd maar de vraag wat mensen onder ervaring verstaan. Ik ben wellicht jong qua leeftijd, maar heb tegelijkertijd zowel veel spelerservaring als ook veel ervaring als trainer. Ik ben nu 38 jaar, maar al op 15-jarige leeftijd begonnen als trainer. Dus ik loop, met enkele tussenpozen, als trainer 23 jaar mee. Reeds toen ik bij NEC in de Onder 17 speelde, trainde ik bij mijn bij de amateurtak van NEC een elftal. Dat begon bij wat we nu Onder 13 noemen. Ik merkte dat het me van nature vrij goed afging. Ik had toen al een duidelijke mening over hoe voetbal gespeeld moet worden en welk gedrag daarbij past. Daarnaast ben ik communicatief vaardig en kan ik structuur bieden aan een elftal. Nadenken over het spel en processen binnen een team heeft me altijd geboeid. Ik zie elk seizoen opnieuw als een cyclus waarin je leert van wat je meemaakt. Dat kan in persoonlijke momenten zitten, maar ook in een bepaald teamproces dat je doorloopt.’

Structuur en chaos

‘Structuur zit voor mij in een rode draad in de training en bepaalde vaste afspraken, die altijd terugkomen tijdens de verschillende oefeningen. Ik kan een positiespel in verschillende aantallen doen. Die kan iedereen bedenken. De structuur zit dan bijvoorbeeld in de vaste afspraak dat er altijd drie afspeelmogelijkheden moeten zijn: breed links en rechts, en vooruit. Ongeacht of ik met negen man nu 7:2, 6:3 of 5:4 speel, die afspraak is dan heilig. Tegelijkertijd willen we in zo’n oefening ook chaos creëren, omdat spelers nu eenmaal moeten leren om daarmee om te gaan. In de wedstrijd verandert de situatie continu. Ik kan met de ruimtes spelen: vierkant, rechthoek, rond, verschillende vakken. In kan 6:3 met drie kleuren spelen. Of zeggen dat je niet naar dezelfde speler terug mag spelen. Eisen stellen aan de balbehandeling, bijvoorbeeld een maximaal aantal keren raken of een verplicht aantal keren raken. Het wisselen van regels. Die zaken kunnen allemaal andere dimensies aan het spel geven.’

Implementeren van chaos binnen een trainingsweek

‘Een dag na een vrije dag is de focus soms niet optimaal. Soms noemen ze zo’n training inderdaad een opstarttraining. Dat vind ik niet de juiste term, en dat zegt misschien veel over hoe ik in het leven sta en over trainen denk. Trainen is voor mij beter worden en op elk moment het maximale eisen. Daarom bied ik een dag na een vrije dag graag een vorm aan waar- mee spelers meteen worden geactiveerd. Bijvoorbeeld door een oefening te doen waar je als speler twee dingen tegelijk moet doen. Al moet ik als trainer wel opletten dat ik niet meteen te veel chaos creëer. Dan overvraag ik ze. Dan ontstaat er stress. Het gaat om de prikkel die tot een goede focus leidt. Dat kan ook in een spelvorm, zoals een kopoefening of een handbalspel. Of in tweetallen ‘hoofd, schouders, knie en teen’ doen en dan wie de pylon na een signaal het eerst te pakken heeft. Op deze manier komen spelers in de actiestand.’

otten oefenvorm
Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024