Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 281.
Bij Royal Antwerp FC werkt men bij de jongere leeftijdsgroepen aan de fundamentals. Het baas worden over de bal én de tegenstander, dat je kunt trainen in bijvoorbeeld 1:1, 2:1 of 2:2, is iets wat bij die fundamentals hoort. In dit artikel bespreken we met trainer Yoeri Van Puyvelde een oefenvorm waarin spelers dat ‘baas worden over de bal en de tegenstander’ leren. Dankzij een heel duidelijke en logische opbouw gaat Van Puyvelde van makkelijk naar moeilijk.
Koppeltjes
Yoeri Van Puyvelde: ‘Deze oefenvorm is als het ware verdeeld over vier fases, die van relatief makkelijk naar steeds moeilijker gaan. Het doel is om spelers stapsgewijs, onder steeds hoger wordende weerstand, baas te laten worden over de bal. We starten in fase 1 (zie tekening 1, red.). Het veld is ongeveer vijf meter bij vijf meter en rood speelt tegen blauw. In de tekening staan vier spelers (twee rood en twee blauw), maar in de praktijk maak je koppeltjes zodat de oefening vlot doorloopt.’

Fase 1
‘De rode A start met een inspeelbal op de inlopende rode B, die ongeveer in het midden van het vak probeert om door een rood of een geel poortje te dribbelen. De blauwe spelers aan de zijkant zijn verdedigers. In de eerste fase maken de blauwe spelers een keuze. Ze dekken een rood of een geel poortje af (in de tekening schermen ze beiden het rode poortje af, red.). Na de gemaakte keuze blijven die blauwe spelers staan. Voor de rode speler in balbezit betekent dit dat er in het voorbeeld in de tekening dus twee poortjes vrij zijn. Het is belangrijk dat hij in zijn aanname al scant: welke poortjes zijn dat? Na de aanname gaat het om het versnellen: het wegkomen van je tegenstander en op tempo komen. Daarom stellen we ook een tijdslimiet van vier tellen in waarbinnen gescoord moet worden. Dat is voldoende om de bal te leren afspelen (passen) in plaats van lang met de bal te blijven dribbelen. De doeltjes kun je in die zin beschouwen als een teamgenoot waar een pass naartoe wordt gegeven. Fase 1 in het kort is dus: bal ingespeeld krijgen, kijken waar de tegenstander is, bal aannemen, versnellen na je aanname, scoren.’
Fase 2
‘In deze tweede fase mogen de blauwe verdedigers beide poortjes verdedigen. Waar ze in fase 1 na een gemaakte keuze moesten blijven staan, mogen ze zich nu verplaatsen. Voor de rode speler wordt het nu uitdagender. Want stel hij doet zijn aanname richting het gele poortje (linksboven) en de rode verdediger loopt daar ineens heen, dan kan rood door een kapactie en een versnelling door naar een ander poortje. Je merkt in deze tweede fase al dat de rode speler zich aanpast aan het gedrag van de blauwe verdedigers. Het kappen van de bal en het veranderen van richting komt er op impliciete wijze bij. Ook wordt het scannen en het dribbelen met het hoofd omhoog belangrijk, omdat de rode aanvaller nóg nadrukkelijker moet zien waar hij naartoe kan. Op- nieuw werken we met een tijdslimiet, want tempo is en blijft belangrijk.’

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis