De keeper als integraal onderdeel van het team

nldevoet-dehdari

12 min leestijd

De tijd dat de minst goede voetballer maar op doel moest gaan staan, is voorbij. Het huidige spel eist dat keepers meer dan ooit een integraal onderdeel vormen van het team en de trainingen. Dat geldt niet alleen in de Nederlandse competitie maar ook elders. FIFA is zelfs actief een campagne begonnen om dit te stimuleren. De Voetbaltrainer sprak met diverse internationale keeperstrainers over de laatste ontwikkelingen en hun benadering. De rol van keepers is de afgelopen jaren belangrijker geworden dan ooit tevoren, zegt Frans Hoek, Nederlands bekendste keeperstrainer. Frans Hoek: “De manier waarop het spel zich heeft ontwikkeld maakt dat de rol van keepers tegenwoordig anders is dan voorheen. De rol van keepers is tegenwoordig van een nog grotere betekenis dan dat die al was. De statistieken van de wedstrijden in de Champions League van afgelopen seizoen bewijzen het. Kijk alleen al naar de hoeveelheid werk die de keepers moesten verzetten tijdens de Champions League-finale tussen Manchester United en Barcelona. Bovendien waren de beide sluitposten ook nadrukkelijker betrokken bij meer situaties zoals de opbouw van een aanval. Dat is vele malen meer dan zo’n vijftien tot twintig jaar geleden. Ik heb het dan dus niet specifiek over reddingen. Barcelona-keeper Victor Valdes had uiteindelijk slechts een paar situaties waarbij hij echt direct of indirect z’n doel moest verdedigen. Al het overige werk dat hij deed was gericht op het bijdragen aan de opbouw van de aanvallen van zijn team.” Werk vanuit de basis Als keeperstrainer van onder Bayern München, FC Barcelona, Ajax en het Nederlands elftal kan Hoek claimen te hebben samengewerkt met keepers van de betere teams in Europa. Maar zijn werkwijze is universeel. Frans Hoek: “Keepers moeten een afspiegeling zijn van het spel dat je wilt spelen. De wedstrijd is het uitgangspunt en dus bereid je je keeper voor op dat specifieke spel. De keuze voor de juiste keeper bij aanvang van het seizoen vergt een gedegen voorbereiding. Het is belangrijk om vooraf een profiel te schetsen van je ideale keeper en vast te stellen wat je zoal van hem verwacht. Daarbij moet je kijken naar z’n rol in het verdedigen, de opbouw en bij de omschakeling van het spel. Behalve die speltechnische eigenschappen zijn fysieke eigenschappen belangrijk, en dan met name de lengte en ‘reach’. Ook de mentale capaciteiten moeten bekeken worden zodat je weet hoe een keeper zal reageren bij de diverse spelmomenten. Op basis daarvan moet een keeper worden vastgelegd en van daaruit ga je de keeper opleiden.” Hoek onderscheidt twee fases waarin keepers moeten worden gevormd. Frans Hoek: “Bij de jeugd, de groep tot 14 jaar, is het belangrijk dat ze de basisvaardigheden beheersen zoals techniek met en zonder bal. Dit is het ‘gereedschap’ dat centraal staat in mijn trainingen. Keepers in deze leeftijdscategorie train ik op deze vaardigheden. Daarnaast moeten ze in staat zijn voorzetten en diepteballen te geven en in te schatten. Pas op latere leeftijd wordt het belangrijk om te trainen hoe ze moeten omgaan met afstandsschoten van zo’ dertig meter afstand. De kans is klein dat in de jeugd spelers een afstandsschot van dertig meter kunnen wagen. Wanneer de keepers de basisvaardigheden voldoende beheersen werk ik naar een programma toe waarbij de keeper steeds meer onderdeel uitmaakt van het team. Bij de jeugd tot 14 jaar is 80% van mijn trainingen gericht op vaardigheden en 20% van de trainingen op het deel uitmaken van een team. Vanaf 14 gaat dat langzaam maar zeker over naar het integreren in het team en zullen mijn trainingen minder gericht zijn op de vaardigheden. Volwassenen van 19 à 20 jaar kun je veel moeilijker vaardigheden met en zonder bal aanleren. Tegen die tijd moet dat er al in zitten. Op die leeftijd is 20% van de trainingen gericht op vaardigheden terwijl 80% van de trainingen juist focust op het onderdeel zijn van een team. Dat laatste is juist in deze leeftijdsfase beter te leren. Van keepers wordt tegenwoordig ook verwacht dat ze fysiek aan bepaalde eisen voldoen. Vooral in de top is de lengte medebepalend om goed te kunnen presteren. De ideale keeper is ergens tussen de 1.85 en 2 meter lang maar er zijn ook uitzonderingen die de regel bevestigen. Ook de zogenaamde ‘reach’, de reikwijdte, is belangrijk en moet elementair zijn bij de scouting van een keeper.” Volmaakt team? Waar Braziliaanse voetballers internationaal al jarenlang de maatstaf zijn voor spelers, merkt Hoek op dat Brazilië momenteel ook een inhaalslag maakt qua keepers. De doelverdedigers vormden lange tijd de ware achilleshiel van de ‘goddelijke kanaries’. Frans Hoek: “Je ziet in Brazilië steeds meer goede en  talentvolle keepers in de top die veel lengte en reach hebben en die in toenemende mate voldoen aan de eisen van het spel. Ze kunnen voetballen, weten het spel te ‘lezen’ en zijn goed in de opbouw van een aanval. Het zijn zogenaamde anticiperende keepers die ook prima in staat zijn om te reageren. Andere keepers zoals Reina, Valdes, Stekelenburg en Van der Sar vallen in dezelfde categorie. Van der Sar was daarnaast een goed voorbeeld van een no-nonsens keeper met een effectieve stijl. Toch moest hij, in een van zijn laatste wedstrijden, met een zweefduik naar de hoek een doelpunt voorkomen. De fans en verslaggevers waren vol verrukking over de manier waarop de save werd gemaakt. Maar eigenlijk was het een typisch voorbeeld van een niet-gebruikelijke redding van Van der Sar. Hij stond gewoon niet goed. Een zweefduik is namelijk het laatste redmiddel. Wanneer je positioneel goed staat dan heb je vrijwel nooit een zweefduik nodig. Maar, eerlijk is eerlijk: het feit dat hij ook daarmee een doelpunt wist te voorkomen toont ook weer de klasse van Van der Sar.” Groeiende grootmacht Sinds het WK ’94 is de populariteit van voetbal in de Verenigde Staten groeiende. De sport geniet voornamelijk de voorkeur onder vrouwen maar ook het nationaal mannenelftal begint steeds vaker een tegenstander van formaat te worden. De VS zijn langzaamaan een vaste deelnemer aan de diverse FIFA-eindtoernooien. Paul Grafer is een voormalige topkeeper en tegenwoordig in dienst van de nationale voetbalbond. Volgens Grafer is dat mede te danken aan het fonds dat is opgezet uit de winst van het WK ’94 en van waaruit de groei van de sport is gestimuleerd. Paul Grafer: “Sport in de VS wordt met name gespeeld op scholen. Jongens die naar de universiteit gaan hebben daar voornamelijk de keuze uit American Football, basketbal of honkbal. Maar het aantal universiteiten dat tegenwoordig ook een voetbalteam heeft is groeiende.  Dankzij dat fonds zijn er veel clinics geïntroduceerd die tegenwoordig jaarlijks of zelfs meerdere malen per jaar kinderen in de gelegenheid stellen om gedurende een aantal te dagen zich volledig te richten op bepaalde sporten. De wijzigingen van de regels voor de terugspeelbal in de jaren negentig hebben het spel en de rol van de keeper radicaal veranderd. Omdat de sport pas eind jaren negentig echt populair is geworden in de VS hebben wij minder moeite gehad met het afleren van bepaalde principes bij spelers dan dat je zou verwachten in traditionele voetballanden. De introductie van nieuwe ontwikkelingen en technieken maakt dat het spel tegenwoordig steeds vaker onderhevig is aan aanpassingen. Zaken als handschoenen, lichtere en snellere ballen en kunstgras voetbalvelden hebben allemaal hun invloed op het spel. Maar uiteindelijk is het gewoon een kwestie van trainen. Betere handschoenen zijn in het voordeel van de keeper maar lichtere ballen maken het juist lastiger om de balbaan in te schatten. En veel keepers klaagden aanvankelijk over kunstgras maar zien tegenwoordig in dat het vlakke veld een voorspelbare balrol en balstuit oplevert.” Populaire sporten zoals American Football en honkbal kennen een technische staf die bestaat uit een hoofdcoach die ondersteund wordt door diverse specialistische coaches. Paul Grafer: “De meest ideale situatie is volgens mij wanneer een technische staf voor voetbal bestaat uit een coach en diverse trainers voor aanvallers, verdedigers en keepers. Maar men moet er voor waken dat deze trainers de hoofdlijnen niet meer zien. Het voetbalspel is dusdanig snel en vergt zoveel van de spelers op een relatief klein oppervlak dat het onmogelijk is om van een speler te verwachten dat hij zich op slechts één taak richt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld American Football of honkbal moeten assistent-voetbaltrainers juist wat breder opgeleid zijn en mogen ze eventueel beschikken over een specialisme zoals bijvoorbeeld het trainen van keepers. Trainers moeten namelijk niet te ver van het spel en de groep af staan.” Meer internationaal evenwicht Om landen waar de ontwikkeling van het spel langzamer gaat dan in Europa bij te staan heeft FIFA sinds begint dit jaar een speciaal programma voor het opleiden van keeperstrainers. Jurg Nepfer, Hoofd Opleidingen bij FIFA, en Ashford Mamelodi, FIFA Development Officer, vertellen erover. Jurg Nepfer: “Het programma is erop gericht om een kleine groep trainers en coaches op te leiden die de oefenstof vervolgens in eigen land moeten verspreiden. In drie dagen tijd krijgen de cursisten zowel theorie- als praktijkinformatie die vooral gericht is op het opleiden van jeugdkeepers. We staan onder meer stil bij de algemene technische voorbereidingen maar ook de fysieke training van de keepers. In veel competities worden keepers nog altijd als ‘aanvullend’ beschouwd. Keepers echter moeten tegenwoordig het spel kunnen lezen, een aanval kunnen opzetten, de defensie organiseren, communiceren met spelers, het team managen en, indien nodig, oppeppen. Keepers zijn daarvoor in de beste positie omdat ze het hele veld overzien. Ashford Mamelodi: “In maart dit jaar hebben we een cursus gedaan in Marokko waarbij alle Franstalige landen uit Afrika aanwezig waren en in mei waren we in Zuid-Afrika. Daar vond de cursus plaats voor alle Engelstalige landen. De start in Afrika is eigenlijk onderdeel van de FIFA-campagne om het voetbal te verbeteren in Afrika naar aanleiding van het feit dat het laatste WK voetbal plaatsvond in Afrika. Bovendien was het een goede mogelijkheid voor ons om ons trainingsmateriaal in zowel het Engels als het Frans te testen. Maar uiteindelijk is het ons doel om de cursus ook elders in de wereld te geven aan keeperstrainers in landen waar voetbal nog in ontwikkeling is. FIFA gaat daarbij uit van hert piramide-effect. We hebben voor deze cursussen vertegenwoordigers uitgenodigd van de nationale voetbalbonden. Het is de bedoeling dat zij deze stof juist weer overbrengen op keeperstrainers in hun eigen land om op deze manier de kwaliteit van de trainingen naar een beter niveau te tillen.” Net als Hoek zijn ook Nepfer en Mamelodi van mening dat de moderne keeper een integraal deel is van het team. Jurgen Nepfer: “Alleen de opwarming is iets waarbij de keeper z’n eigen programma moet afwerken. Voor wat betreft al het overige is de keeper niet anders dan andere spelers.” Tergende temperaturen Edgar Da Silva is keeperstrainer bij Kaizer Chiefs in Zuid-Afrika en traint zodoende onder meer Itumeleng Khune, de keeper van het Zuid-Afrikaanse nationale team. Hij onderschrijft de mening van Nepfer en Mamelodi, maar voegt toe dat zijn rol in Zuid-Afrika extra uitdagingen met zich meebrengt. Edgar Da Silva: “Keepers en voetballers in Afrika hebben het voordeel, als je dat zo mag zeggen, dat ze zijn opgegroeid met het spelen op velden die bij lange na niet voldoen aan de kwaliteit van de huidige velden. Ze beschikken daardoor over goede reflexen. Maar Afrikaanse spelers en keepers hebben ook een grote showmentaliteit. Ze willen graag hun kwaliteiten onderstrepen of juist hun tegenstander nog verder vernederen. Dat zijn eigenschappen die men zich eigenlijk niet kan veroorloven. Je bent onderdeel van een team en van een groter geheel en je kunt jezelf dus niet centraal maken. In de Zuid-Afrikaanse competitie spelen verschillende goede keepers maar Khune en Josephs (keeper bij aartsrivaal Orlando Pirates) verkeren op eenzame hoogte. Het gebrek aan voldoende competitie is daarom soms lastig om Khune scherp te houden. Historische problemen komen daar nog eens bij voor keepers en spelers in dit land. Voeding en voedingspatronen in Afrika zijn vele malen verschillend van wat je vindt in bijvoorbeeld Europa. Op veel plaatsen in Afrika vind je nog altijd mensen die geen, of te weinig toegang hebben tot voedsel en water, laat staan juist die etenswaren die belangrijk zijn voor een keeper om zich te ontwikkelen. Ik vrees dat daar voorlopig nog niet echt verandering in komt, alle inspanningen waaronder die van FIFA ten spijt. Behalve het scherphouden en bijspijkeren van Khune zie ik het daarom ook als mijn rol om hem te adviseren voor wat betreft zijn eet- en drinkpatroon. Met name dat laatste is belangrijk omdat veel van onze wedstrijden plaatsvinden in de warmere periodes van het jaar. Wedstrijden hier zijn daarom ware uitputtingsslagen en ik probeer te voorkomen dat de keeper inboet aan kwaliteit door gebrek aan goede voeding en drinken.” Volgens Da Silva kan een keeper extra worden voorbereid door rekening te houden met het klimaat en andere omstandigheden die men tijdens een wedstrijd kan verwachten. Edgar da Silva: “Khune traint doorgaans met de groep mee. Daarnaast plannen we de speciale keeperstrainingen op tijdstippen waarop de wedstrijd zal plaatsvinden. Wanneer we wedstrijden spelen elders in Afrika voor onder meer de Champions League dan willen we daar nog wel eens van afwijken. De temperaturen in Noord-Afrika zijn doorgaans veel hoger en dus trainen we tijdens de warmere periodes van de dag. Daarnaast weten we van sommige landen en clubs dat ze er alles aan doen tegenstanders uit hun ritme te halen. Om dat juist te voorkomen probeer ik in mijn trainingen Khune te stimuleren om assertief te zijn en vooruit te denken. In dat opzicht is hij een echte prof. Khune is ook niet voor niets keeper van het nationale elftal. Maar dat neemt niet weg dat mijn rol als trainer soms verreikend kan zijn.” Tips en benadering: – Bij de scouting van keepers moeten ‘reach’, fysieke en mentale kwaliteiten elementair zijn. – Keepers in de jeugd moeten vooral basisvaardigheden worden bijgebracht, pas op latere leeftijd moet men zich richten op aspecten zoals teambuilding. – De technische staf moet ruimte hebben voor een assistent-trainer die gespecialiseerd is in het trainen van keepers. – Van (keepers-) trainers kan soms verwacht worden dat hun verantwoordelijkheid verder reikt dat alleen maar het oefenen van spelmomenten. Tekst en beeld: Guy Oldenkotte