Afrika heeft enkele van de beste spelers ter wereld voortgebracht maar kenners beweren dat het continent nog veel meer potentieel heeft. Trainer Mart Nooij werkte zowel in West- , Oost- als Zuid-Afrika. ‘Dé Afrikaanse speler bestaat niet. Daarvoor zijn de verschillen tussen de verschillende regio’s te groot.’ Om die potentie er bij de verschillende spelers uit te krijgen moet hij zich dus steeds weer aanpassen.
Tijdens het WK 2010, in nota bene Zuid-Afrika, was het er niet aan af te zien maar in bijna elke aansprekende competitie bevindt zich tenminste één spraakmakende speler van Afrikaanse origine. Afrikaanse spelers hebben ‘wat’, maar wat dat nu precies is laat zich lastig omschrijven. Bovendien, zo stelt Mart Nooij, mogen we Afrikaanse spelers niet zomaar onder één noemer scharen. De Nederlandse trainer is momenteel clubcoach bij Santos in Kaapstad (Zuid-Afrika), nadat hij eerder het nationale elftal van Mozambique en het jeugdteam van Burkina Faso onder z’n hoede had. Mart Nooij: “Dé Afrikaanse speler bestaat niet. Daarvoor zijn de verschillen tussen de verschillende regio’s te groot. In West-Afrika vind je echte Afrikaanse invloeden terwijl je in Oost-Afrika merkt dat Arabische en Indische invloeden zich hebben gemengd. Zuid-Afrika zelf lijkt weer ontzettend veel op de Verenigde Staten met al z’n verschillende culturen en nationaliteiten. Iets dat veel Afrikaanse landen wel gemeen hebben is het ‘nationale ondergeschiktheidsgevoel’. Zelfs in Zuid-Afrika, het meest ontwikkelde land op het continent en waar de Europese banden en invloeden duidelijk merkbaar zijn, hebben veel inwoners het idee dat ze inferieur zijn aan Europa. Voor een blanke Europese trainer heeft dat extra consequenties. Ze hebben enorm hoge verwachtingen van je en zien je als een soort messias. Om het beste eruit te halen moet ik meer doen dan het geven van trainingen alleen. Ik moet ook de officials adviseren en de spelers managen.”
Geen taalbarrière Er worden zo’n drieduizend verschillende talen gesproken in Afrika. Kennis van de Franse en Engelse taal stelt de meeste buitenlanders in staat te communiceren in respectievelijk noordwestelijk en zuidoostelijk Afrika. Mart Nooij: “Ik beheers meerdere talen waaronder Engels, Duits, Frans, Portugees en Italiaans. Daarmee kom ik een heel eind. Je moet je talen beheersen wil je de boodschap kunnen overbrengen. Ik sta er verder altijd op dat ik een lokale assistent heb die de spelers in hun eigen taal kan aanspreken. Ik laat daarom zoveel mogelijk over aan die assistent. Voorwaarde is wel dat die assistent is opgeleid door de KNVB zodat we allebei dezelfde ‘voetbal-taal’ praten. De Nederlandse voetbalbond heeft meerdere programma’s die buitenlandse trainers opleiden volgens ‘de Nederlandse school’. In Burkina Faso is er, net als in veel andere Afrikaanse landen, zestig procent analfabetisme. Om de boodschap over te krijgen ben ik daarom heel concreet in mijn communicatie. Ik probeer het simpel te houden en maak nadrukkelijk gebruik van het bord en van videoanalyse zodat ze het kunnen zien. Mijn wedstrijdbesprekingen in de kleedkamer zijn doorgaans kort. Liever laat ik ze de dingen zien door het voor te doen op het veld.” Natuurlijke hiërarchie In De Voetbaltrainer 189 is te lezen hoe Afrikaanse spelers in de Nederlandse competitie klaagden over de ontoegankelijkheid van hun Nederlandse coach. En dat terwijl deze er juist op voorstond dat hij zo open was. Mart Nooij: “Ik ervaar dit in Afrika niet anders maar maak dankbaar gebruik van mijn kennis over de lokale gewoontes. Er is een natuurlijke hiërarchie in de spelersgroep waarbij de oudere spelers nadrukkelijk de rol spelen van ‘grote broer’ die de jongere begeleidt. Dat werkt goed. Een duidelijk voorbeeld daarvan is oud-Ajacied Benni McCarthy die twee seizoenen geleden is teruggekeerd bij Orlando Pirates in Johannesburg. Hoewel zijn fysieke conditie niet optimaal is, is de 34-jarige McCarthy onmisbaar voor het team en onlangs zelfs weer opgeroepen voor het nationale elftal.”
Dit erkent ook de huidige coach van Orlando Pirates, Augusto Palacios. Augusto Palacios: “Benni brengt een schat aan ervaring mee en heeft in competities gespeeld waarvan veel spelers alleen maar kunnen dromen. De jongere spelers kijken enorm tegen hem op en luisteren gretig naar z’n visie en ervaring. Niet alleen binnen het team maar ook bij de jeugdteams op de academy. Benni is daarom meer dan alleen een pinch-hitter voor Orlando Pirates.” Die rol van de oudere spelers binnen het team komt Nooij in ieder geval goed van pas. De afstand tussen ‘baas’ en ‘werknemers’ is, zeker in Afrika, groot. Coaches klagen vaak dat ze weinig zicht hebben op het leven van de spelers buiten de club. De verleidingen van het grote, snelle geld en sterrenstatus brengt heel wat spelers het hoofd op hol. Mart Nooij: “Santos wordt geleidt door een voorzitter maar er bestaat een enorme afstand tussen hem en de spelers. Vooral de jonge spelers buigen nog als een knipmes voor hem. Dat is ook bij de nationale bond zo. Daarom respecteer ik de rol van de oudere spelers en stimuleer ik het zelfs om de communicatie te verbeteren en die machtsafstand daarmee te verkleinen. Het probleem met de spelers hier is hetzelfde als het probleem met spelers in Nederland. Ze verliezen al snel hun hoofd als ze eenmaal een status hebben bereikt. Discipline, goede voeding en rust zijn echter net zo belangrijk als het eindeloos oefenen van tactische situaties. Ik probeer die problematiek te ondervangen door nadrukkelijk betrokken te zijn bij de gemeenschap. Ik geef vaak trainingen in de gemeenschap en kom dan bij de mensen thuis. Zo heb ik een beter beeld van de omstandigheden waarin ze leven.”
Op 14 september gaat, na enige vertraging, het nieuwe seizoen van start voor Nooij. Santos komt dit jaar uit in de Eerste Divisie. Het lukte Nooij het afgelopen seizoen niet om in de paar weken van zijn aanstelling de club te behoeden voor degradatie. In een open brief liet voorzitter Goolam Allie blijken dat de club, ondanks de degradatie, de jeugd nadrukkelijk een kans blijft geven. Goolam Allie: “Het is altijd al een ambitie geweest van onze club om jongere voetballers in de Kaapprovincie verder te ontwikkelen. We zullen daarom doorgaan met onze activiteiten om dat verder te bewerkstelligen. Ons doel is om meer spelers te laten doorstromen naar het eerste elftal. Een combinatie van jong talent, een goede technische staf en een wereld-coach zijn, wat mij betreft, de ingrediënten om volgend seizoen terug te kunnen keren in de hoogste competitie.” Adviezen: – Zet oudere spelers in als mentor. – Ben niet te theoretisch maar doe dingen voor. – Maak gebruik van videoanalyse. – Wees toegankelijk en aanspreekbaar. – Beheers je talen. – Maak gebruik van assistenten die de taal spreken en lokale gewoonten kennen. – Vraag om assistenten die dezelfde voetbalfilosofie hebben. – Ben bewust dat iedereen uniek is. – Communiceer duidelijk en spreek heldere taal.
(Tekst: Guy Oldenkotte)
VT-internetartikel: Dé Afrikaanse speler bestaat niet
nldevoet-dehdari
6 min leestijd