Fullprofs kunnen Nederlandse topspeelsters zich niet noemen. Wel wentelen ze zich nu in de kleuren van de clubs van hun dromen: Ajax, ADO Den Haag, FC Twente, PSV. Ook plaatsten ze zich met Oranje voor het EK in Zweden. Maar dan: zijn de jongste generaties er klaar voor om het vrouwenvoetbal nog beter op de kaart te zetten? Drie topcoaches en drie speelsters vertellen openhartig over elkaars vaardigheden en uitdagingen. Wat kan nog beter? ‘Mannen en vrouwen kunnen nog veel van elkaar leren.’ Sarina Wiegman (ADO Den Haag): “De grootste fout maken we met zijn allen aan het begin van het voetballeerproces. Zodra zich acht meisjes aanmelden bij een club, maken we er een meisjesteam van. Niet goed. Gemengd voetbal moet vanaf dag één de norm zijn. Mijn dochters spelen met veel plezier in gemengde teams. Mijn man traint ze, ik coach ze. Elke speler, meisje of jongen, moedig ik aan om mee naar te voren gaan. Als je de bal hebt, dribbelen – en als je wordt aangevallen maak je een actie of speel je de bal. Maar omdat jij dat wilt, zeg ik er altijd duidelijk bij, níet omdat iemand dat roept. Zelf nadenken, dan al. Zelf initiatief tonen. Alleen al als tegenwicht tegen dat geschreeuw van ouders langs de lijn.” Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 192 die deze maand is verschenen.
VT192: Het kronkelige pad van vrouwen richting de top
nldevoet-dehdari
2 min leestijd