In deze interviewserie staat het boek ‘Ellis en het verbreinen’ van Jelle Jolles centraal. De hoogleraar Hersenen, gedrag & educatie aan de Vrije Universiteit geeft hierin een aantal waardevolle inzichten in de rol van het brein bij talentontwikkeling. In dit vierde deel gaan we onder meer in op verschillen in cognitieve leerstijlen. Plus tips voor trainer-coaches hoe hiermee om te gaan. Jelle Jolles: “Toegespitst op het voetbal gaat het in eerste instantie om simpele en complexe motorische vaardigheden. Het kind heeft gewoonlijk een herkenbaar ‘talent’ in het spelen met de bal: balbehandeling aan de voet, zuiver schieten, afstanden kunnen overbruggen met de bal en ook complexer motorisch handelen en gedrag. Daarnaast moet een aanstaande topvoetballer nog veel meer talenten hebben. Deze liggen op het gebied van ruimtelijk inzicht en de snelle verwerking van informatie uit alle zintuigen. Zo moet hij snel waarnemen, dus met de ogen de veldsituatie snel kunnen overzien. Hij moet patronen van bewegende medespelers en tegenstanders kunnen herkennen. Hij moet de schreeuw van een medespeler aan de andere kant van het veld horen en niet afgeleid worden door de roep van de tegenstanders. En tegelijk moet hij ook nog horen dat iemand – kennelijk van de tegenpartij – achter hem rent en dichterbij lijkt te komen. Ook moet de speler een goed geheugen hebben voor situaties, snel tot zeer snel kunnen schakelen en kunnen ‘rekenen in afstanden’. Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 196.
‘Coach moet oog hebben voor determinanten’ (VT196)
nldevoet-dehdari
2 min leestijd