Met een rood aangelopen hoofd staat de coach pal naast het veld. Het gaat niet goed met zijn team: ‘Toe nou eens! Je weet het toch… ach, ach (wegdraaiend van z’n team)’. Gevolg: verkramping bij de spelers; je ziet spelers denken ‘als de bal maar niet bij mij komt’. Veel ervaringen van trainers en coaches geven aan dat ‘natuurtalenten’ in de sport soms niet de top bereiken en dat een ‘gemiddelde’ sporter met vallen en opstaan, veel trainingsarbeid en passie het uiteindelijk verder brengt. Gladwell spreekt over de 10.000 uur regel; het kost gemiddeld 10.000 uur oefenen, trainen (tien jaar lang twintig uur per week) in een goede cultuur en omgeving om ergens echt goed in te worden. Naast veel trainen zijn de taal en de houding die Foto: Pro Shots de coach gebruikt zeer bepalend om een jeugdige sporter groei te laten doormaken. Als u vindt dat kinderen geen fouten mogen maken, dan laat u dit waarschijnlijk ook merken bij het coachen. Jonge sporters zullen bang worden om fouten te maken en vermijden dan liever spannende situaties. Helaas (en gelukkig) zitten deze volop in sportwedstrijden; u kunt ze beter leren omgaan met fouten maken en het als een leermoment beschouwen: “Wat zou jou helpen om te kunnen gaan met spannende momenten in de wedstrijd?” Het zijn vaardigheden die kinderen helpen veerkrachtiger te worden, iets wat ze ook buiten de sport nodig hebben. Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 198.
VT198: Bemoedigen, duim omhoog!
nldevoet-dehdari
2 min leestijd