VT199: Omgaan met verschillen in ontwikkeling

nldevoet-dehdari

2 min leestijd

De KNVB vindt dat ‘geen enkel talent verloren mag gaan’. Een van de complicerende factoren bij het vaststellen van het talent van een speler, is de fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkelingsfase waarin de voetballer zich als opgroeiende jongere bevindt. Na verloop van jaren zullen deze verschillen doorgaans kleiner worden. Is de speler die voorliep in zijn (fysieke) ontwikkeling dan nog steeds beter, zoals leek toen hij tegen leeftijdsgenoten speelde die minder snel in hun ontwikkeling waren? Wat kan het Nederlandse voetbal verder nog doen om spelers die voorlopen in hun ontwikkeling tegemoet te komen? Peter van Dort: “We kunnen wat flexibeler met deze materie omgaan. Een speler die voorloopt in zijn ontwikkeling uit de Onder 13 kan bijvoorbeeld oefeningen uitvoeren samen met spelers met een normale ontwikkeling uit de Onder 14, of zelfs met een speler die achterloopt in zijn ontwikkeling uit de Onder 15. Verder is het van belang dat in deze groepen sterk gelet wordt op voorkomen van blessures. Juist in deze leeftijd zijn aanvullende blessurepreventieve programma’s enorm belangrijk. In deze leeftijdsfases raken spelers sneller geblesseerd doordat de groei van spieren, pezen, botten en gewrichten niet altijd gelijkmatig verloopt. Door o.a. rompstabiliteitsoefeningen kun je dit risico aanmerkelijk verkleinen. Daarnaast is het enorm belangrijk dat voor elk talent de belasting is afgestemd op de belastbaarheid. Uiteindelijk gaat het om wedstrijden spelen. Al een tiental jaren bestaat er een gesloten Onder 14-competitie voor BVO-opleidingen en sinds vorig seizoen ook een gesloten Onder 16-competitie voor RJO-opleidingen. De ervaringen zijn dat talentvolle spelers die achterlopen in hun fysieke mogelijkheden meer speelminuten maken en dus ook tijdens wedstrijden hun talent verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast is het in deze gesloten competitie ook mogelijk om een aantal dispensatiespelers mee te laten doen. Spelers die laat in hun ontwikkeling zijn uit de Onder 15 tot Onder 17 krijgen zo toch wedstrijden op maat aangeboden. De uitdaging is hoe we deze positieve ervaringen in de top met elkaar kunnen vertalen naar opzet, inhoud en reglementering voor de overige competities.” Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 199.