Als kleuter deelde Wesley Sneijder al panna’s uit aan jongens die een paar koppen groter waren dan hij. Zelfs zijn volwassen buurman Bas Mulder, die toen toch een aardig balletje kon trappen, liet zich op straat al regelmatig poorten door de wereldster in wording. Een paar jaar later werd diezelfde Mulder – op verzoek van de familie Sneijder – de eerste jeugdtrainer van de jonge Wesley. Iets waar hij 23 jaar en een paar honderd jeugdspelers verder nog altijd apetrots op is. Kunt u om te beginnen de wijk in Utrecht eens omschrijven waar Wesley is opgegroeid en waar u toen ook woonde? “Ondiep is meer dan alleen een volkswijk, het is een wereld op zich. Een dag in Ondiep is nooit saai, er gebeurt altijd wel iets. Wesley paste daar als jong ventje al perfect tussen. Hij was altijd op straat te vinden en stond daar van jongs af aan zijn mannetje, ook al waren de andere jongens vaak een paar jaar ouder dan hijzelf. Hij heeft al vroeg geleerd wat het betekent om voor jezelf op te komen.” Was er toen al veel ruimte in zijn leven voor voetbal of is dat later pas gegroeid? “Ruimte voor voetbal? Er was nauwelijks ruimte voor iets anders! Wesley was nog geen twee jaar oud toen ik hem leerde kennen. Maar als hij aan de deur stond of over de schutting riep, kon dat maar twee dingen betekenen: de bal lag in de tuin of hij wilde dat ik met hem op het pleintje ging voetballen. Dat laatste heb ik niet lang kunnen winnen. Ik kon toen best een aardig balletje trappen, hoor. Maar toen Wesley een jaar of 5 was, speelde hij me zo nu en dan al door m’n benen. Dat was geen schande, dat deed-ie bij iedereen. Het liefst bij jongens die een paar koppen groter waren dan hijzelf.” Later bent u ook zijn eerste jeugdtrainer geworden bij DOS. Hoe is dat gegaan? “Ik zat toen zelf bij een andere club, maar ik kende Wesley’s ouders vrij goed en zij wilden graag dat ik hun zoons training zou geven. Ik ben toen ook maar overgestapt naar DOS. Dat was vanaf het begin geweldig. We hadden daar sowieso veel talentjes rondlopen, maar de Sneijdertjes sprongen er wel echt uit. Zijn oudere broer Jeffrey en zijn jongere broer Rodney waren namelijk ook heel goede voetballers. Beiden hebben ze later ook het betaald voetbal gehaald. Toch was Wesley wel uniek. Ik heb nooit een andere jeugdspeler meegemaakt die op zo’n jonge leeftijd al zo technisch begaafd en perfect tweebenig was en daarnaast ook nog eens enorm veel spelinzicht had.” Is hij bij DOS nog lang die kwajongen uit Ondiep gebleven? “Pff, niet zo’n beetje ook! Als Wesley in je team zat, had je ogen in je achterhoofd nodig. Keek je twee seconden de andere kant op, dan liet hij alle schoenen in de kleedkamer vol lopen met water. Maar qua mentaliteit kon je geen betere hebben dan Wesley. Als het stortregende en de andere spelers en ikzelf hadden geen zin om de kantine uit te gaan, dan stond hij al met een bal op het veld. Dan konden wij natuurlijk niet achterblijven. Eigenlijk is hij altijd al een leider geweest, een geboren aanvoerder.” Inmiddels is hij uitgegroeid tot één van de beste voetballers van Nederland en misschien wel van de wereld. Hoe trots bent u op hem? “Er gaat nog altijd geen dag zonder dat ik er even bij stil sta hoe bijzonder dat wel niet is. Hij had enorm veel talent van zichzelf en hij heeft later bij Ajax natuurlijk veel meer geleerd dan bij DOS van mij. Maar ik ben inderdaad wel zijn allereerste trainer geweest en daar ben ik apetrots op. Ik vertel het dan ook aan iedereen die het horen wil. En als ik nu op televisie zie dat iemand kritisch op hem is, dan gaan mijn nekharen meteen overeind staan. Ik zie hem dan wel niet meer zo vaak als vroeger, maar voor mijn gevoel is hij nog steeds mijn pupil. Kom bij mij niet aan Wesley Sneijder!” Heeft u zich vaak geërgerd aan de grappen die half Nederland maakt over zijn lengte? “Dat vind ik zó kinderachtig. Hij is inderdaad niet één van de grootsten, maar zijn lengte heeft hem in het veld nooit tegengewerkt. Vier jaar geleden kopte hij tegen Brazilië notabene de winnende goal binnen! De enige twee van wie ik het kan hebben als ze grappen maken over Wesley zijn Derksen en Van der Gijp. Zij steken de draak met iedereen, inclusief zichzelf. ‘Ze hebben het stoeltje uit zijn Hummer weggehaald en nu staat-ie achter het stuur’. Ik vond het best goed gevonden. Maar Wesley zelf kon er niet om lachen, volgens mij.” Nee, hij schijnt zelfs op het punt te hebben gestaan om met een privé-vliegtuig naar Nederland te vliegen en met wat oude vriendjes uit Ondiep bij hen langs te gaan… “Haha, dat heb ik ook gehoord. Maar uiteindelijk is hij altijd verstandig genoeg om zich in te houden in zulke situaties. Kijk maar naar hoe hij de laatste jaren met Van Gaal is omgegaan. Die pakte hem z’n aanvoerdersband af en kraakte hem jarenlang af in de media. Toch heeft Wesley alleen gereageerd door nóg harder te trainen, nóg beter zijn best te doen en in het veld nóg preciezer te doen wat Van Gaal van hem vraagt. Dat is tekenend voor de topsportmentaliteit van Wesley. Hij heeft meer dan genoeg talent. Als hij de kantjes er vanaf zou lopen, was hij toch nog steeds een goede voetballer geweest. Toch verslapt Wesley geen moment. Dat is het verschil tussen een goede voetballer en een heel goede voetballer.” Het schijnt zelfs zo te zijn dat hij in de aanloop naar dit WK een K1-fighter heeft ingehuurd om hem te helpen nog fitter te worden. Gaat dat niet wat te ver? “Waarom zou dat te ver gaan? Laat die honderden luie, over het paard getilde profvoetballers die we hebben in de wereld maar een voorbeeld aan hem nemen. Wesley wilde het WK halen met Oranje en had daar alles voor over. Als daar een K1-fighter voor nodig is, belt hij een K1-fighter. Had hij twintig K1-fighters en een rugbyteam nodig gehad, dan belde hij twintig K1-fighters en een rugbyteam. Daar is toch niets mis mee? Het heeft hem geholpen, hij is fitter dan ooit. En hij heeft zelfs Van Gaal ervan overtuigd dat hij in vorm is. Dat wil wel toch wel wat zeggen, of niet?” Ziet u hem nog wel eens? “Nee, eigenlijk al jaren niet meer. Dat neem ik hem niet kwalijk, hoor. Die jongen heeft het gewoon veel te druk. En iedereen wil iets van hem. Hij schijnt op zijn bruiloft wel aan een paar gasten uit Ondiep te hebben gevraagd waarom ik er niet was. Maar ik had geen uitnodiging gehad en ga mezelf dan natuurlijk niet opdringen. Maar het feit dat hij nog altijd weet wie ik ben, is voor mij genoeg. En als zijn carrière als profvoetballer ooit achter de rug is en zijn leven wordt weer wat rustiger, dan ga ik hem graag weer eens een keer opzoeken.” Zijn leven bestaat nu uit volle stadions, rode lopers, draaiende camera’s, bakken met geld en uitzinnige fans. Zou hij ondanks dat alles diep van binnen nog steeds die jongen uit Ondiep zijn? “Dat weet ik wel zeker. Hij heeft nog steeds oog voor mensen die het minder goed hebben dan hij, hoor. Een neef van mij is nog maar net twintig jaar en heeft niet lang meer te leven. Via een stichting hadden we laatst geregeld dat hij naar een oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in de Kuip mocht komen kijken. Ik had dat via Wesley’s vader aan hem doorgegeven en na afloop ging Wesley dus meteen naar die jongen toe. Een praatje maken, samen op de foto en een gesigneerd shirtje geven. Dat doet hij nog altijd met plezier.” Wat verwacht u van Wesley Sneijder tijdens dit WK? “Dat hij, net als vier jaar geleden, uitgroeit tot de grote man bij Oranje. Robben en Van Persie zijn ook goede voetballers, hoor. Maar Wesley moet de architect worden van dit elftal, de verbinding tussen de verdediging en de aanval. Van Gaal mag dan wel hard blijven roepen dat hij niet te ver vooruit moet lopen bij balbezit, maar zelfs de bondscoach weet dat Wesley uiteindelijk de man van de assist, de man van het afstandsschot en de man van de steekpass moeten worden. En eerlijk gezegd heb ik ook best veel vertrouwen in Oranje als team. Ik heb al meer dan tien jaar geen alcohol meer gedronken, maar als Wesley de winnende goal maakt in de finale, dan pak ik een biertje.” Heeft u nog een laatste gouden tip voor Sneijder, voor het WK? “Op voetbalgebied hoefde ik hem al weinig te leren toen hij zes jaar oud was, dus daar ga ik nu ook maar niet meer mee beginnen. Het enige wat voor Wesley belangrijk blijft, is dat hij zijn hoofd koel houdt en zijn benen laat spreken. Wordt er kritiek op hem geleverd door journalisten, gefloten door het publiek of gezeken door de bondscoach? Hij moet het allemaal gewoon over zich heen laten komen en zich bewijzen op het veld. Dat is tenslotte wat hij het beste kan.” Dit verhaal werd met ons gedeeld door Van.zelf.nl/jijleeft, het inspiratieplatform van verzekeraar Zelf.
Jeugdtrainer Sneijder vertelt over de panna’s van een jonge Wesley
nldevoet-dehdari
8 min leestijd