Nooit eerder werd er zoveel gediscussieerd over ‘het systeem van Oranje’. Niet alleen was er de vraag of Nederland überhaupt met vijf verdedigers moest spelen, lange tijd was er ook onduidelijkheid hoe we de speelwijze nu moesten noemen. Ook de tegenstanders van het Nederlands elftal werden met een vraagstuk geconfronteerd: hoe bespeel je deze ploeg? Zij kozen diverse oplossingen, met name in het druk zetten. De Voetbaltrainer zet ze in de WK-special op een rij. “Welnee”, zei bondscoach Louis van Gaal desgevraagd tijdens het trainingskamp in Hoenderloo, “we spelen helemaal niet met vijf verdedigers. We spelen met drie verdedigers. En met vier middenvelders.” Het was zonder meer een ruime uitleg van wat in de volksmond desondanks 1:5:3:2 zou gaan heten. Hoe dan ook, de tegenstanders van het Nederlands elftal zagen zich voor een vraagstuk gesteld: hoe bespelen we deze ploeg die teruggrijpt op een speelwijze die voor het laatst succesvol door Brazilië op het WK 2002 werd toegepast maar daarna aan populariteit verloor. Dat werd een hele puzzel, waarna zij er veelal toch in slaagden voor Nederland de opbouw extreem moeilijk te maken. Want waar Oranje lange tijd uiterst succesvol was in de omschakeling naar aanvallen met snelle tegenstoten, had het veel moeite om opbouwend onder de druk van de tegenstanders uit te spelen en tot kansen te komen. In dit artikel zetten we de speelwijze van de zeven Nederlandse tegenstanders op een rij, op momenten dat Nederland probeerde op te bouwen. Dit doen we in de wetenschap dat systemen en formaties zich tegenwoordig lang niet altijd meer strikt laten omschrijven. Spelers bewegen met de bal mee en houden onderlinge afstanden in tact waardoor op het oog soms ook een andere formatie ontstaat. We denken in dit artikel de veldbezetting en intenties van de tegenstanders zo goed mogelijk weer te geven. Lees het complete artikel in de WK-special van De Voetbaltrainer.
Tegenstanders Oranje kozen verschillende oplossingen tegen 1:5:3:2 (VT203)
nldevoet-dehdari
2 min leestijd