Een plek veroveren in het betaalde voetbal is een droom van heel wat kids. Het realiseren van het ultieme doel – als speler van een buitenlandse topclub debuteren in de Champions League of actief zijn op een WK – is slechts voor een enkeling weggelegd. Maar (jeugd)trainer in het buitenland worden, dat is een meer dan aardig alternatief en zeker geen onrealistisch doel. Dat bewijst bijvoorbeeld Guido Seerden (26), die na een behoorlijke investering in zichzelf nu op jonge leeftijd al jeugdtrainer, fitnesscoach en bewegingswetenschapper bij Al-Ahli in Saoedi-Arabië is. Een club die in 2012 nog in de finale van de Aziatische Champions League stond. Hoe pakte hij dat aan en wat is zijn visie op jeugdvoetbal? Een fragment uit het artikel: Kopieergedrag Guido Seerden: “Tijdens mijn onderzoek heb ik veel Engelse (jeugd)trainers de vraag gesteld hoe zij aan hun kennis over het trainen van talentvolle voetballers komen. Uit de antwoorden bleek dat de meeste jeugdtrainers voor het samenstellen van hun trainingen bijna uitsluitend putten uit datgene wat ze als (volwassen) speler zelf aan oefenstof kregen aangeboden of wat ze bij andere trainers hebben gezien. Ze breiden hun kennis over trainingsleer zelden of nooit uit door zich te verdiepen in de aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Toch is het niet zo moeilijk om in te schatten dat je je doelstellingen sneller bereikt als je weet hoe bijvoorbeeld kinderen leren, gekoppeld aan hun leeftijd en de ontwikkeling van hun brein. Door het kopieergedrag denk je ook veel minder na over hoe je een geplande training form kunt omzetten in een playing form. Bijvoorbeeld door in je oorspronkelijke oefenvorm anders met ruimtes om te gaan, er tegenstanders aan toe te voegen of juist te verminderen in aantal, of de spelregels te veranderen. Als je dan in een partijvorm constateert dat het passen en trappen extra aandacht verdient, hoef je niet terug te vallen op een ‘droge’ pass- en trapvorm zonder tegenstander, maar weet je hoe je in een spelvorm de weerstand kunt verminderen door te spelen met het aantal tegenstanders en hun opdrachten en de ruimte, waardoor het passen en trappen vanzelf meer aandacht krijgt. Het verschil is dat je het trainen van dat technische onderdeel dan toch in de context van een wedstrijdsituatie weet te plaatsen.” Lees het gehele artikel in VT206. Nog geen abonnee? Word lid!
Van bescheiden amateurspeler tot jeugdtrainer bij Aziatische topclub
nldevoet-dehdari
2 min leestijd