Hoe hoger een team speelt, des te meer gaat het om het halen van punten. Arnold Brehler, trainer van Juliana ’31 in de Hoofdklasse C, is zich daar terdege van bewust. Maar behalve goed voetbal en punten halen is het overbrengen van enthousiasme op zijn spelers én het publiek voor de 45-jarige oefenmeester essentieel. De Voetbaltrainer praat met de bevlogen Brehler over dit aspect, maar ook over de vraag: hoe kun je tegen diverse speelwijzes je winst halen. Een fragment uit het artikel: Verschillen U zegt dat u trainingen weinig stillegt vanwege onder meer conditionele doelstellingen. U vertelde ook al dat u twee voormalige A1-spelers in de selectie heeft. Daarnaast kent uw ploeg echter ook spelers die al langer op veel hoger niveau hebben geacteerd, soms zelf in het betaalde voetbal. Hoe stemt u dat alles op elkaar af? Arnold Brehler: “Ik kan ook best zeggen dat dit verschil in achtergrond soms wel irritaties opwekt. Niet iedereen zit op hetzelfde niveau, zeker ook als het om tactische kwesties gaat. Ervaren spelers hebben nog wel eens iets over zich van ‘Hoe kun je dat nu doen?’ of ‘Hoe kun je dat nu niet zien?’ Ik probeer juist die spelers daarin te begeleiden, door ze duidelijk te maken dat ze goed moeten beseffen dat ze voor amateurvoetbal gekozen hebben. Iedereen heeft zijn top, de spelers en ikzelf als trainer ook. We moeten rekening houden met elkaar. Stel dat ik besluit voor een club te tekenen die op een lager niveau speelt, dan zal ik me moeten aanpassen. Dat geldt ook voor spelers met bijvoorbeeld een profachtergrond. Die mogen niet direct verwachten dat spelers op amateurniveau het spel net zo snel doorzien als zij. Je mag een keer boos worden, maar besef wel dat je bij Juliana ’31 speelt en niet bij een proforganisatie: ‘Ik snap je frustratie, maar dit een amateurclub. Probeer ermee te dealen.’ Om dit zelf zo veel mogelijk te beïnvloeden probeer ik er dus voor te zorgen dat er met plezier getraind wordt: veel positiespelen, pass- en trapvormen, vaak vanuit de positie. Daarin zitten veel herkenbare momenten voor een speler: een vooractie maken, op het goede been inspelen en kaatsen, wanneer moet de buitenspeler gaan lopen, wanneer moet de middenvelder eronder komen, wat is voor de spits het goede moment om te gaan. Daar ben ik dan extra alert op.” Lees het gehele artikel in VT206. Nog geen abonnee? Word lid!
Arnold Brehler (Juliana ’31): punten maar ook plezier
nldevoet-dehdari
3 min leestijd