Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 277.
Vanavond spelen de Oranje Leeuwinnen tegen het Engeland van Sarina Wiegman. Na een weinig succesvol verlopen EK 2022 en het daaropvolgende ontslag van Mark Parsons moest de KNVB op zoek naar een nieuwe coach voor het Nederlands vrouwenelftal. De bond vond die in Andries Jonker. De ervaren trainer kwalificeerde zich met het team voor het WK, waarna in Australië/Nieuw-Zeeland in de kwartfinale de uitschakeling tegen Spanje volgde. Met Jonker doorlopen we het proces van zijn aanstelling tot het laatste fluitsignaal in die meeslepende wedstrijd tegen de latere wereldkampioen.
De entree als bondscoach
Andries Jonker: ‘Nadat ik getekend had, heb ik eerst de drie – in mijn ogen – meest vooraanstaande speelsters gebeld. Dat waren Sherida Spitse vanwege haar grote aantal interlands, Lieke Martens omdat zij de Gouden Bal heeft gewonnen, en Vivianne Miedema vanwege het enorme aantal doelpunten dat ze in Oranje gescoord heeft. Mijn verhaal richting hen was: ik wil geen klaagzang horen over het verleden, ik wil van je weten wat er nu moet gebeuren. Onafhankelijk van elkaar merkte ik dat zij alleen maar vooruit wilden kijken. Kwalificatie voor het WK stond centraal. Daarom ben ik ook helemaal niet ingegaan op de periode ervoor. Ze wilden duidelijkheid, op alle terreinen: communicatie, speelwijze, et cetera. Het was mijn taak om daarvoor te zorgen.

Op de eerste dag dat we als groep bij elkaar kwamen, heb ik uitleg gegeven met een aantal boodschappen daarin. De eerste was: als je hier bent, dan geef je alles wat je in je hebt. Begrijp me goed: het hóéft niet! Maar dan kun je niet meedoen, en dan kun je gewoon weggaan. Maar dat deed niemand. Op deze manier creëer je commitment. Daarnaast vertelde ik dat alle zinvolle regels die ze in hun leven ooit hadden meegekregen van hun ouders, docenten, trainers en alle anderen die het goed met ze voorhebben, ook bij mij zouden gelden. Die ga ik ook niet opschrijven, ik ga ze ook niet allemaal opnoemen. Ben je te laat, dan bel je me voortijdig en je geeft de reden. Bij binnenkomst bied je je excuses aan, en dan is daarmee de kous af. Dat kan een keer gebeuren, maar we blijven niet aan de gang.’
Speelwijze
‘Tijdens de wedstrijd tegen IJsland kwam ik tot de conclusie: dit is nog steeds een zeer goed team. Maar ik had nog geen compleet overzicht van wat elke speelster precies in haar mars had. Zo kon ik het potentieel van Esmee Brugts, om een voorbeeld te noemen, nog niet direct helemaal inschatten. Tegen IJsland hadden we echter een keer balverlies en veroverde zij na een enorme sprint inclusief een forse tackle de bal terug. Toen dacht ik: jij kunt meer dan alleen een vaardige linksbuiten spelen. Er zit veel meer in. Ik ben gaan nadenken: waar zitten de extra kwaliteiten van dit elftal? Speelsters als Pelova, Miedema, Martens, Roord en Brugts hebben bovengemiddelde creatieve kwaliteiten. Dat is internationaal van het hoogste niveau. Dan wil je als coach dus de speelsters op het veld hebben, die dat het beste kunnen uitvoeren. Mijn conclusie was: dat gaat het best in 1:3:5:2.
Tegelijkertijd was oktober ook de periode waarin ik een aantal speelsters die op de deur klopten, kansen wilde geven. Dat ging tegen Noorwegen in combinatie met de invoering van 1:3:5:2, en dat bleek niet te werken. De nervositeit van die speelsters die nu een kans kregen, combineerde niet goed met het spelen in een nieuwe formatie. Na een kwart wedstrijd heb ik dat omgezet naar het vertrouwde 1:4:3:3. Dat ging toen overigens niet veel beter, we verloren die wedstrijd. Al met al was het niet direct een succes.’
Het WK: Geen druk op de backs tegen de VS
‘De VS zou zich niet aanpassen aan ons, zo schatten we in. Wij leden in het begin diverse malen onnodig balverlies en kwamen daardoor in de problemen. Maar we scoorden uit het niets, en speelden daarna de beste twintig minuten van het WK. Wij kwamen tussen de linies te spelen en zij wisten niet wat ze ermee aan moesten. Op een zeker moment hadden we tweeënhalve minuut balbezit, alleen had ik liever gezien dat we er ook doelgevaar uit hadden gecreëerd. Dat had gekund, maar dat kregen we niet voor elkaar. Na de rust – met de noodgedwongen gewisselde Van der Gragt – kwamen we in problemen omdat het kantelen daarna minder goed werd. Dat hield in dat we vanuit het midden niet meer goed overkwamen naar de zijkant en onze wingbacks niet meer konden doordekken op de backs van de Verenigde Staten (zie afbeelding). Zo kwamen zij aan het voetballen, en wij niet meer. We konden in deze wedstrijd de stap zetten om echt over de VS heen te gaan, maar die kans lieten we lopen.’

Doordat in de tweede helft vanuit het centrum van de verdediging onvoldoende werd gekanteld, konden de wingbacks tegen de VS niet genoeg doordekken op de backs (rode stippellijnen).
