Feyenoord heeft de Deense trainer Brian Priske vastgelegd. De Voetbaltrainer sprak deze trainer toen hij als voorganger van Mark van Bommel werkzaam was bij Royal Antwerp FC in België. Het resultaat werd een openhartig interview over zijn manier van werken.
Royal Antwerp FC
Antwerp is uw eerste club in het buitenland als trainer. Was het een moeilijke keuze?
Brian Priske: ‘Dat was zoals steeds geen moeilijke stap voor mij. Ik kan me heel makkelijk aanpassen, zowel in het dagelijkse leven als in het voetbal. Verhuizen naar een nieuw land, nieuwe cultuur en nieuwe club was dus redelijk eenvoudig. Als je het alleen uit het perspectief van voetbal bekijkt, dan was het misschien wel wat moeilijker omdat je bij een nieuwe club altijd met nieuwe spelers, staf, bestuur, leiders enzovoort moet werken. De infrastructuur is ook nieuw. Als je naar een club gaat waar je al alles en iedereen kent, is het natuurlijk makkelijker.
De vergelijking maken met het België dat ik kende als speler is moeilijk omdat voor mij de voetbalwereld er als speler anders uitziet dan als trainer. Als voetballer is het heel simpel. Je komt elke dag, traint en gaat naar huis. Je bent niet echt bezig met het tactische aspect. Als trainer ben je met zoveel andere zaken bezig. Het is moeilijk te zeggen hoe het spel in België over de laatste vijftien jaar veranderd is. Het spel is zeker heel anders dan in de Deense competitie. Veel meer intensiteit, veel meer counters en meer individuele kwaliteiten, vooral bij de offensieve spelers.’
Balans vinden
Spelers moeten durven vooruit te spelen, maar de angst om op een counter te lopen is groot. Hoe moeilijk is het om de dominantie om te zetten in het pakken van punten?
‘Wij proberen met de spelers te spreken over die favorietenrol. We moeten de balans vinden tussen balbezit houden en direct spel. Het is het aanvaarden dat je een slechte pass kunt spelen en misschien de bal verliest. Iedereen weet ook dat het publiek dan kan gaan fluiten, maar ik denk dat ze liever zien dat we proberen de tegenstander te domineren dan dat we achteruit kruipen. De restverdediging gaat veel beter. In het begin van het seizoen was het niet goed. We kregen te veel doelpunten binnen op counters. Op stilstaande fases voor ons kregen we al drie counters tegen waar een doelpunt uit viel. We hebben heel hard gewerkt aan de restverdediging en geprobeerd om zo weinig mogelijk counters tegen te krijgen.’

Gebruikt u data om aan te tonen dat er niet genoeg vooruit gespeeld wordt?
‘Zeker. Als we kijken naar voorzetten in de zestien dan staan we heel slecht gerangschikt. In de eerste tien wedstrijden waren we niet vaak genoeg in de zestien van de tegenstander. We geven vooral niet genoeg voorzetten (zie afbeelding hierboven). Normaal is dat wel iets waar je makkelijk op kunt trainen, maar de mindset en mentaliteit van de spelers spelen ook een rol. De vleugelverdedigers moeten proberen de bal in de zestien te brengen. Gaat dat niet, dan moeten zij proberen de achterlijn te bereiken en voor te zetten. Zo krijg je misschien een hoekschop. Als je voelt dat het gesloten is en altijd terug naar achter speelt, dan dan houd je weer balbezit om balbezit en gebeurt er niets. Ze moeten durven die voorzet te geven (zie trainingsvorm).
Zes of zeven van de tien keer komt de voorzet van onze vleugelverdediger. De twee buitenste middenvelders in de ruit kunnen die voorzet uiteraard ook trappen. Radja Nainggolan komt heel vaak in die positie en probeert goede voorzetten te trappen, maar hem heb je ook graag voor doel.’
Trainingsvorm
Organisatie en inhoud
- Een oefenvorm in 3 delen. De rode ploeg is met 8 en probeert te scoren op het grote doel. De 6 spelers van de blauwe ploeg verdedigen en kunnen scoren in de 5 kleine doeltjes.
- Deel 1: Een van de trainers speelt de bal diep op de rechterflank verdediger die hoog opgeschoven is. Deze krijgt geen druk en brengt de bal meteen voor doel.
- Deel 2: Nu wordt de andere flankverdediger ingespeeld en ontstaat er aan de zijkant een 2:1. Het doel is om het overtal uit te spelen en een voorzet te trappen.
- Deel 3: Een trainer die naast het grote doel staat, speelt een lange pass op een van de middenvelders van de rode ploeg. Nu wordt er 6 + k : 8 gespeeld en is de opdracht voor de rode ploeg om in het zestienmetergebied te geraken en tot een doelpoging te komen.
- Je kunt de ballen van deel 1 en 2 ook laten inspelen door een van de middenvelders.
Coaching
- ‘Durf de voorzet te trappen.’
- ‘Onderneem veel loopacties richting het zestienmetergebied.’
- ‘Speel het overtal uit.’
- Focus je per trainer op één ding. Iemand focust zich op de voorzetten, iemand op de loopacties richting de zestien en iemand op de verdedigers.

De videobeelden die horen bij dit artikel zijn te vinden in de Mediatheek van De Voetbaltrainer.
Dit artikel is verschenen in De Voetbaltrainer 264.

Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis