Dagelijks wordt op het fraaie trainingscomplex Zoudenbalch van FC Utrecht gewerkt volgens een gemeenschappelijk en vast idee. Alle trainingen moeten in het teken staan van de totstandkoming van een vaste speelwijze door de hele club. Individuele trainingen en teamontwikkeling zijn instrumenten die moeten leiden tot herkenbaar en dynamisch aanvalsspel. Geen eenheidsworsten Robin Pronk: “Wij willen bij FC Utrecht specialisten opleiden. Daarbij kijken we heel goed naar de specifieke kwaliteiten van een speler. De natuurlijke aanleg, het talent van het individu, is daarbij ons uitgangspunt. We kijken wellicht een beetje anders naar spelers dan de meeste clubs. We gaan niet alleen uit van wat een speler op een bepaalde positie moet kunnen, maar kijken veel meer hoe een speler een bepaalde positie op zijn eigen manier kan invullen. De linksback en rechtsback hoeven niet dezelfde kwaliteiten te hebben. De een is bijvoorbeeld sterk in het opkomen, de ander heeft weer een heel goede inspeelpass en staat positioneel bijna altijd goed. We willen geen eenheidsworsten maar zoeken exceptionele talenten met specifieke kwaliteiten. Iedere speler is immers uniek. In onze jeugdelftallen hoeven niet alle rechtermiddenvelders over dezelfde kwaliteiten te beschikken. De ene rechtermiddenvelder heeft veel diepgang en een uitstekend gevoel voor de goal. Een andere rechtermiddenvelder is creatief sterk en beschikt over een prima overzicht en een dito pass. Voor de jeugdtrainers van FC Utrecht is het de kunst die kwaliteiten verder te ontwikkelen en de diverse kwaliteiten in een elftal op elkaar af te stemmen. In een team moeten spelers vanzelfsprekend op een bepaalde manier complementair aan elkaar zijn. Dat zien we ook terug in ons eerste elftal. Omdat ieder individu over andere kwaliteiten beschikt, heeft iedereen een eigen en uniek opleidingsplan. Hierbij staat heel nadrukkelijk het verder ontwikkelen van de specifieke kwaliteiten voorop. We streven ernaar om zoveel mogelijk positiegebonden te trainen. Bij de jongste spelers in onze opleiding trainen we, om de functionele techniek te ontwikkelen, wat vaker in geïsoleerde vormen dan bij de oudere jeugd. Het omslagpunt ligt bij de tweedejaars C-junioren. In die leeftijdsfase wordt het duidelijk op welke positie een talent het best tot zijn recht komt. Bij die leeftijdsgroep gaan we dan ook meer positiegebonden trainen en verdwijnen de droge oefenvormen.” Lees het volledige artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 197 of kijk alvast in de online inhoudsopgave van deze editie.
Dynamisch aanvalsspel rode draad door hele club
nldevoet-dehdari
2 min leestijd