Het spel van Italië tegen Spanje deed sterk aan de Duitse tactiek van de jaren tachtig en vroege jaren negentig denken. Met drie centrumverdedigers en twee vleugelverdedigers die ‘de hele zijkant’ (de ‘Aussenbahn’) aflopen probeerden de Italianen in eerste instantie het korte combinatiespel van Spanje door het midden onmogelijk te maken. Aanvallend trachtten zij zélf over de zijkanten gevaar te stichten in de ruimte achter de Spaanse backs, die immers door de opstelling van de Italianen naar voren werden gelokt. Dat kon via een opkomende back, dan wel door een uitwijkende spits. Daarbij moesten dan de middenvelders gevaarlijk in het zestienmetergebied komen. Kort voor rust leverde de speelwijze bijna succes op toen Cassano middenvelder Motta in stelling bracht. Casillas bracht redding voor Spanje. Het was de bedoeling van de Suadra Azzurra dat De Rossi achterin de vrije man was. Bonucci (rechts van hem) en Chiellini (links) dienden de vleugelaanvallers Iniesta en Silva te bespelen. Indien spits Fabregas ‘diep’ stond, pakte De Rossi hem op. Zo niet, dan werd Fabregas op het middenveld opgevangen. Foto 1 De beide vleugelverdedigers Maggio (rechts) en de debuterende Giaccherini (links) – van nature een aanvallende middenvelder! – waren exclusief verantwoordelijk voor de opkomende Spaanse backs. Op deze foto zijn beide Italianen omcirkeld. Hier is ook duidelijk te zien dat zij niet geacht werden de buitenspelers op te pakken.
Foto 2 Maar … als Fabregas wel diep stond, dan waren de Italianen niet bevreesd om 1-tegen-1 te spelen. Zij probeerden elders op het veld druk te zetten door sterk te kantelen en daarmee in overtal te komen.
Foto 3 Italië probeerde de ruimtes zo klein mogelijk te maken. Daarbij werd niet zelden in de lengte van het veld door alle tien veldspelers op een ruimte van nauwelijks twintig meter verdedigd. 
EK2012: Italië en vijf op een rij
nldevoet-dehdari
2 min leestijd