Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 284.
Jason Vermeer werd vanaf zijn zeventiende onder de vleugels van Chris Kronshorst (o.a. ex-assistent FC Porto, Red Bull Salzburg en FC Utrecht) als trainer opgeleid via de Coervermethode en vertrok op jonge leeftijd richting China om daar techniektraining te geven. Inmiddels werkt de nu dertigjarige Vermeer hier al acht jaar en gaf hij individuele training onder hoofdtrainers als Roger Schmidt, Slaven Bilic en in de jeugd van Beijing Guoan. Aan De Voetbaltrainer vertelt hij hoe hij individueel met spelers aan de slag gaat en welke pijlers hij daarbij gebruikt.
Coerver als bouwsteen
Jason Vermeer: ‘In alles wat ik doe is Coerver mijn bouwsteen. Coerver is voor mij niet dat ik bij elke oefening die ik doe acht scharen maak en de bal terugspeel van achter mijn standbeen. Coerver is voor mij creativiteit. Wil je je spelers creatief opleiden, dan moet je zelf ook creatief zijn. Ik probeer dat uit te dragen. Ik doe bij Beijing Guoan de individuele training en train spelers die van een blessure terugkomen. Daarnaast begeleid ik jonge spelers. We hebben bijvoorbeeld een jonge linksbuiten die heel erg snel is, maar een matige techniek heeft. Ik train dan extra met hem. Extra trainen is in China lastiger dan in Nederland, omdat het land zo groot is en er relatief weinig tijd is. Wij besteden drie dagen aan een wedstrijd in verband met het reizen. Spelen wij op zaterdag een uitwedstrijd, dan vliegen we vaak al donderdagavond of vrijdagochtend. We zijn dan dus al een trainingsdag kwijt.
Het gebeurt weleens dat er niet direct een vlucht terug is na de wedstrijd. We trainen dan in de ochtend bij de club waar we tegen gespeeld hebben, of we trainen wanneer we ’s avonds laat terugkomen, ook al zijn we dan vermoeid van het reizen. Door deze omstandigheden is het voor mij heel lastig om in een week meerdere keren met dezelfde speler te kunnen trainen. Het gebeurt ook weleens dat spelers zelf aangeven dat ze met mij willen trainen. Yuning Zhang (oud-spits van Vitesse en ADO) heeft bijvoorbeeld aangegeven extra met mij te willen trainen voordat hij zich bij het nationale team moet melden. Daar wordt dan tijd voor ingepland.’
Technische vaardigheden
‘De technische vaardigheden vind ik de bouwsteen van alles. Je hebt verschillende soorten bewegingen. Je hebt basisbewegingen zoals een bal met links en rechts terughalen of een korte overstap. Die bewegingen kun je eindeloos combineren. Je kunt een speler bijvoorbeeld een overstap met rechts laten maken, vervolgens de bal met buitenkant rechts laten afrollen, de bal met binnenkant links afrollen, rechts achter zijn standbeen langs, links terughalen en dan doorspelen. Die beweging zal een speler niet direct in een wedstrijd hoeven te maken. Het doel is om een speler flexibeler te maken, creatiever. Wanneer het moment zich voordoet dat dat wel moet, dan zit die beweging nog ergens in het brein. Ik begin daarom mijn trainingen altijd met zeker twintig tot dertig minuten alleen maar bewegingen, op korte en lange afstanden. Ik start met een of twee bewegingen en eindig met soms wel vijf, zes of zeven.’
Een soort lef aan de bal creëren
Dit om ook het brein op te warmen: de spelers staan gelijk aan en raken de bal honderden keren meer dan in een reguliere teamtraining en ook op verschillende manieren met beide voeten. Ik ben daarom van mening dat jonge spelers dit soort bewegingen heel veel moeten doen. Ze hebben dan altijd iets om op terug te vallen. We vinden allemaal dat Lionel Messi en Kevin De Bruyne topspelers zijn, maar waarom vinden we dat? Omdat dat soort spelers zo technisch is en daardoor zoveel zelfvertrouwen aan de bal heeft, dat ze het verschil kunnen maken. Ook spelers die verdedigender zijn ingesteld en minder voor het doel komen hebben minder stress wanneer zij aan de bal komen en onder druk gezet worden, doordat ze technisch zo goed zijn. Je creëert een soort lef aan de bal.’
Een zestal stappen
‘Bij het aanleren van technische vaardigheden is er een zestal stappen dat ik hanteer. De eerste stap is een beweging stilstaand, dus op dezelfde plek, uitvoeren. Vervolgens komt de skillmove vanuit een dribbel. De derde stap is het aannemen van de bal plus het uitvoeren van een skillmove. Daarna komt het uitvoeren van een skillmove met een rollende bal. De bal wordt een bepaalde richting op gespeeld en de speler voert de skillmove uit zonder de bal eerst aan te nemen. De vijfde stap is het ontvangen van de bal, het uitvoeren van een skillmove en het doorspelen van de bal. Dit doorspelen kan met allerlei verschillende soorten passes die ik later benoem of in combinatie met het afwerken op doel. De laatste stap is het toevoegen van druk van een tegenstander. Dit voer ik stap voor stap op van 0 procent naar 100 procent vanuit allerlei hoeken en standen waardoor je 1:1-, ondertal- of overtalsituaties krijgt. Uiteindelijk is het mijn doel om altijd vanuit deze vaardigheden door te werken naar de andere technische componenten, zoals passen, schieten en koppen.’


Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis