Mario Been (Genk): ‘Winnen heeft meer effect dan duizend woorden van een coach’

nldevoet-dehdari

3 min leestijd

cover 197 grootMario Been haalde vorig seizoen het maximale uit Racing Genk. Europees werd er overwinterd en optimaal gepresteerd: bij FC Basel, VfB Stuttgart en Sporting Lissabon werd niet verloren. In eigen land werd de Belgische beker gewonnen en tot in de eindfase van de competitie meegestreden om de titel. Het is voor Belgische begrippen dan niet zo vreemd dat de voorzitter van de club bij de start van dit seizoen van de daken schreeuwt dat het streven de landstitel moet zijn. Dat is niet realistisch, vindt Been, al won Genk inmiddels ook dit seizoen in de groepsfase van de Europa League uit bij Dinamo Kiev en thuis tegen FC Thun. Milder Sef Vergoossen: “Ben je na ruim twee jaar werken in België milder als coach geworden?” Mario Been: “Ja, maar dat heeft niet alleen met het werken in België te maken. Van nature ben ik een mensenmens en mijn coaching is erop gericht om de klus vooral met elkaar te doen. Daarnaast maakt ook ervaring je vaak een stuk milder. Je leert van elk klein moment, waar je even later spijt van hebt. Als je als trainer begint, denk je dat je vooral alles zelf moet doen en dat niets je mag ontglippen. Nu wil ik beslist niet alles meer weten of zien. Ik kijk soms bewust een andere kant op. Dat geldt ook voor regels. In het begin van mijn loopbaan waarschuwde ik mijn spelers dat ze niet zouden spelen als ze op de wedstrijddag te laat waren. Bert van Marwijk, van wie ik de assistent was, zei toen: ‘En wat doe je dan, Mario, als op een beslissende wedstrijddag een paar belangrijke spelers te laat komen, omdat ze in dezelfde auto in een file hebben gestaan? Als je dan consequent bent en die niet laat spelen en je verliest, sta je een half uur na de wedstrijd op straat of je wordt ter plekke door supporters gelyncht.’ Dat bedoelde Leo Beenhakker ook toen hij zei: ‘Waar staat geschreven dat ik als trainer onder alle omstandigheden consequent moet zijn?’ Nu heb ik welgeteld vier regels: zorg dat je op tijd bent, draag scheenbeschermers, heb respect voor elkaar en de laatste: wat er binnen de groep gebeurt, komt niet naar buiten. Als ik hoor dat een speler wat al te enthousiast is gaan stappen, krijgt hij niet meteen een fikse boete. Dan loop ik de volgende dag op het trainingsveld even langs hem en zeg dan alleen: ‘Vriend, je was gisteravond wel erg actief in de kroegen van Hasselt, heb ik begrepen. Als ik dat vandaag terugzie in je trainingsarbeid, heb je een serieus probleem.’ Probleem opgelost.” Lees het volledige artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 197 of kijk alvast in de online inhoudsopgave van deze editie.