Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 281, geschreven door Dominique Pichel.
Na jaren in de luwte bij Sparta en Ajax zet Michael Reiziger momenteel Jong Oranje naar zijn hand. De 72-voudig international van het Nederlands elftal kiest voor nieuw elan bij de beloftenploeg. Van het selecteren van de ‘minder gevestigde namen’ tot een terugkeer van het vertrouwde 1:4:3:3-systeem. Na een klein seizoen is het tijd om de balans om te maken.
Verwachtingen ten aanzien van posities
U had het in het begin over verwachtingen die u van spelers heeft ten aanzien van hun posities. Kunt u daar iets meer over uitleggen?
Michael Reiziger: ‘Onze speelstijl is gemaakt voor een hoog aantal high intensity runs. Daar selecteren wij ook de spelers op. Daarbij kijken wij als staf niet zozeer naar de data, omdat we de wekelijkse data van de spelers niet ter beschikking hebben. Die liggen namelijk bij de verschillende clubs. We kijken meer naar hoe ze spelen. We komen dan wel heel snel bij de jongens die in dezelfde speelwijze bij de clubs spelen. FC Twente en NEC voeren ongeveer hetzelfde uit. Dat maakt het voor ons makkelijker, omdat spelers de speelstijl kennen en weten wat er gevraagd wordt. Maar zoals eerder gezegd kijken we ook breder. Zo speelt Ibrahim Cissoko bij Toulouse FC niet het systeem dat we bij Jong Oranje hanteren, maar hij heeft eerder wel zo gespeeld. Bovendien heeft hij het karakter én de kwaliteiten om onze visie uit te voeren. Bjorn Meijer is daar een ander voorbeeld van. Die is dit niet gewend bij Club Brugge, maar heeft wel alle karakteristieken hoe wij een back zien. Hij kan in balbezit zowel aan de binnenkant spelen als aan de buitenkant. Voor Ian Maatsen geldt hetzelfde. Zo kijken we bij spelers naar wat ze kunnen.’
Spelen met hoge druk
U wilt altijd spelen met hoge druk, maar wilt u dan ook telkens de tegenstander over de zijkant dwingen?
‘Dat ligt aan de manier waarop de tegenstander voetbalt. Neem een tegenstander die vanuit een 1:5:2:3 met drie centrale verdedigers speelt: ook dan zetten we met onze drie aanvallers druk (zie afbeelding). De spits laten we dan bij de middelste beginnen en de loopjes laten we over aan de buitenspelers, die tussen de wingbacks en de buitenste centrumverdedigers staan. Dan mag de tegenstander juist niet over de grond naar de zijkant, naar de back, spelen omdat we dan niet kunnen doordekken. De afstand van onze backs naar die van de tegenstander is dan meestal te groot. Als de bal door de lucht naar de buitenkant gaat, dan is hij langer onderweg en kunnen we hem wel onderscheppen. Maar mijn voorkeur gaat er dan naar uit om de tegenstander te dwingen door de as te spelen.’


Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis