Oscar Moens: hoe bereik je als voormalig topper de minder getalenteerden?

nldevoet-dehdari

2 min leestijd

In De Voetbaltraine 181 vertelt de onlangs gestopte keeper Oscar Moens over zijn visie op en werkwijze van keeperstraining. ‘Keepen is aangeleerde intuïtie’. Ontwikkelingen Oscar Moens volgt de ontwikkelingen op trainersgebied met argusogen. Tegelijkertijd zet hij zijn vraagtekens bij de verregaande toepassing van de wetenschap. Oscar Moens: “Je merkt een enorm verschil tussen trainers die onlangs hun opleiding hebben gedaan en trainers die meer vanuit hun eigen spelerservaring training geven. Videoanalyses en inspanningsfysiologen zijn nu in opmars. Ook op keepersgebied zijn de ontwikkelingen heel snel gegaan. Vroeger was dinsdag dé training en dan vlogen de spaanders eraf, tegenwoordig zit er veel meer balans in. Ik weet niet wat beter is. Wat beter is, blijkt zondag om half drie. Wat in ieder geval wel beter is, is dat de keepers veel meer samen trainen met de veldspelers. Mensen vergissen zich vaak in de ontwikkeling van voetbal. Het gaat zo veel sneller, er wordt veel harder geschoten. Voorzetten komen veel sneller, met veel meer vaart en effect. In ieder schot zit een rare zwabber, want de ballen worden steeds lichter. Het keepen is totaal anders geworden. En daar moeten wij onze keepers op gaan voorbereiden. Het zorgt ervoor dat het afwachtende keepen echt uit de tijd is geraakt. Je moet actief zijn. Je moet aanvallend keepen, zorgen dat jij zo snel mogelijk bij de bal bent. Natuurlijk moest dat vroeger ook, maar toen kon je nog veel makkelijker iets herstellen. Die tijd, op hoog niveau, is er nu niet meer. De enige ‘redding’ voor de keeper is nog, dat de veldspelers kwalitatief minder zijn geworden. De techniek was vroeger, ook pakweg tien jaar geleden nog, veel beter. We trainen nu heel dynamisch, er wordt fysiek ontzettend veel gevraagd. Het is constant lopen, bewegen, rennen. Daarop is nu het voetbal gebaseerd. Maar ondertussen heeft de pure voetbalkwaliteit, de technische vaardigheid dus, er wel onder geleden. Als een oud-voetballer nu meedoet met de training van een BVO, dan gaat dat nog moeiteloos. Al dat geren en gedraaf wordt eenvoudig goedgemaakt door de betere techniek en het betere inzicht dat die oud-voetballer heeft. Maar voor keepers is het zeker moeilijker geworden.”