Voetballend Nederland groeit op in een traditioneel 1:4:3:3 systeem, waarbij de links- en rechtsbuiten (11 en 7) in de teamfunctie aanvallen meestal wordt verteld het veld vooral breed te houden. Met drie middenvelders erachter (zowel in de punt naar voren als in de punt naar achteren) ontstaan mooie driehoekjes, die het positiespel in balbezit ten goede komen. Maar het kan ook anders. Schaduwzijde van de plaatsgebonden 7 en 11 is dat de tegenpartij zich hier uiteraard relatief gemakkelijk positioneel op kan instellen. Dit geldt vooral voor de links- en rechtsachter. In dit artikel gaan we in op het spelen met niet-plaatsgebonden buitenspelers, zowel in 1:4:3:3 als in 1:4:4:2 (met de buitenste middenvelders van de ‘ruit’ van het middenveld). Ook het verdedigen tegen deze veldbezetting komt aan bod. De discussie in de praktijk zal blijven: spelen in een concept wat herkenbaar is voor zowel het eigen team als de tegenpartij, of met wat variatie en wat complexiteit voor beide teams. Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer. Nog geen abonnee? Vind hier meer informatie.
Spelen met niet-plaatsgebonden buitenspelers (VT205)
nldevoet-dehdari
1 min leestijd