Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 285.
Thomas Duivenvoorden eindigde vorig jaar met Quick Boys als derde in de Tweede Divisie. In de KNVB Beker wist de ploeg van NAC Breda en De Graafschap te winnen, voordat AZ na penalty’s te sterk was. Quick Boys kwam in de Tweede Divisie het snelst tot balverovering van alle ploegen met een PPDA (Passes Per Defensive Action) van slechts 6,75. Duivenvoorden vertelt over zijn visie op drukzetten en hoe hij hier vorm aan geeft met Quick Boys.
Voorwaarden en basisprincipes
Thomas Duivenvoorden: ‘Compactheid, druk op de bal en structuur. Dat zijn voor mij de drie voorwaarden om goed te kunnen drukzetten. Compactheid houdt in dat de onderlinge afstanden klein genoeg zijn om een overtal te kunnen creëren rondom de bal en elkaar te kunnen ondersteunen als iemand wordt uitgespeeld. Druk op de bal is essentieel als je compact staat zodat de tegenstander niet zomaar een bal over de druk achter onze verdediging kan spelen. Structuur is de manier waarop we drukzetten. Hoe kunnen we deze tegenstander in deze wedstrijd naar een bepaald gebied toe lokken om daar de bal te veroveren? Intensiteit is een veelgehoord woord als het gaat om drukzetten. Ik begrijp dit, maar benoem het niet specifiek als voorwaarde in het drukzetten omdat intensiteit voor mij de basis is voor alles wat wij op het voetbalveld doen.’
‘De keeper mag geen rugnummers zien’
‘Het afschermen van ruimtes en het dichtzetten van passlijnen zijn zaken waar je goed over na moet denken als je kiest voor provocatieve pressing. In een lager blok wil je de tegenstander bijvoorbeeld dwingen om eromheen te spelen, dus over de flanken, en te verhinderen om door de as te kunnen te spelen. Hoger op het veld gaat het voornamelijk om druk op de bal en de momenten van doordekken. Doordekken vanuit de zone noem ik het vaak. We beginnen in een bepaalde structuur en vanuit die structuur dekken we georganiseerd door op vooraf afgesproken momenten.
Een gevaar van hoog op het veld drukzetten kan zijn dat je op momenten met veel ruimte in de rug in gelijke aantallen verdedigt. Er zijn ploegen die dat heel spannend vinden. Bij het trainen op drukzetten begin ik met mijn verdedigers. De verdedigers moeten het durven om op te schuiven tot de middenlijn of zelfs verder en ze moeten ingedraaid staan. Het compact maken van het speelveld van achteruit. Ik hanteer daarbij vaak de stelregel ‘de keeper mag geen rugnummers zien’. Durven de verdedigers niet op te schuiven, dan ontstaan er ruimtes tussen de linies. Vanuit hetzelfde principe begin ik met het positioneren van mijn spitsen en middenvelders bij het trainen van de opbouw. Die creëren de voorwaarden om goed te kunnen opbouwen.’

Pressing triggers
‘Bij fanatieke hoge druk geldt dat het balbezit van de tegenstander de voornaamste trigger is voor het drukzetten. De vraag is dan niet óf we drukzetten, maar vanuit welke structuur en op welke manier. Als je er echter voor kiest om elk balbezit van de tegenstander onder druk te brengen, kan de kans op hoge balveroveringen afnemen. Teams kiezen er dan sneller voor om over de druk heen te spelen. En op een bal in de lucht kun je geen drukzetten. Tempowisselingen in het drukzetten zijn daarom belangrijk om verrassend te blijven. Om dit verrassingseffect wel voor de tegenstander maar niet voor je eigen spelers te laten gelden, zijn pressing triggers een effectief middel. Deze triggers zijn situaties waarbij het fanatiek drukzetten begint en die voor het gehele elftal makkelijk te herkennen zijn. Voorbeelden van een aantal pressing triggers staan in het kader.’


Leer van de beste trainers
- Acht keer per jaar op de mat
- Interviews, oefenstof en analyses
- Korting op online cursussen
- LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
- Inclusief abonnement op CoachVak
- Inclusief abonnement op VBT Basis