Trainen op Nederlands positiespel in Berlijn

nldevoet-dehdari

8 min leestijd

Met de C-1 van het Duitse Ingolstadt behaalde  Michel Kooistra het kampioenschap in de Bayern Liga. Na een ontmoeting met Frank Vogel, coördinator jeugdvoetbal bij Hertha BSC,  vertrok de Nederlandse voetbaltrainer  naar Berlijn. In de Duitse hoofdstad trainde hij jongetjes die nu in het profcircuit rondlopen zoals Kevin-Price Boateng (AC Milan), Änis Ben Hatira (Hertha BSC), Jerome Boateng (Bayern München), Manuel Schmiedebach (Hannover 96) en Patrick Ebert (Hertha BSC). Al snel werd duidelijk dat Kooistra het opleiden van jonge voetballertjes totaal anders benadert dan Hertha BSC. Lees nu het internetartikel van De Voetbaltrainer over een Nederlandse trainer in Duitsland. “Ik vind dat veel trainers misbruik hebben gemaakt van het talent van die jongens,” vertelt Kooistra. Hij doelt hiermee op de Hertha BSC trainers die op zaterdag uiteindelijk allemaal willen winnen en hun succes vervolgens vol trots aan de buitenwereld tonen. Maar als je nog zeer jong talent opleidt, met het doel ze in het eerste elftal te krijgen, moet je dan per se iedere zaterdag winnen? Volgens Michel Kooistra niet: “Dan is het niet belangrijk of je de wedstrijd wint of verliest. Het is veel belangrijker dat de speler zich zowel op het technische en taktische voetbalgebied als ook op het sociale vlak zich helemaal ontwikkelt. Dat is het grote probleem.” Schoolvoetbal Michel Kooistra verlaat Hertha en start zijn eigen ’ Holländische Fußballschule”. Zijn doel; schoolkinderen normen en waarden bijbrengen en wel met voetbal. Michel Kooistra: ”Het begon met een vervanging van het extra uurtje sportonderwijs, dat op de Berlijnse scholen was weggevallen. Een lerares vroeg mij of ik niet een voetbaluurtje wilde aanbieden. Ondertussen bied ik het uurtje (75 minuten) op 20 verschillende scholen aan, van de eliteschool tot de brandpunt scholen. Naast voetbaltraining worden in heel Duitsland voetbalkampen georganiseerd.  Dat maakt niks uit. De aanpak is overal hetzelfde. Het loopt hartstikke goed.” Oranje Berlin Naast de voetbalschool voor de schoolkinderen richtte hij in 27 januari 2009  ook een echte voetbalvereniging op en noemde deze ‘ Oranje Berlin’. Deze stap nam hij onder andere om de talentjes niet kapot te zien gaan bij de grote topverenigingen uit Berlijn. Die willen vaak dat de kinderen in dienst van het elftal spelen, waarbij de creativiteit van de speler nauwelijks ontwikkelingskansen krijgt. De concrete doelstelling van de club is volgens de oprichter duidelijk en eenvoudig. ‘We proberen anders te spelen dan de Duitsers en willen zo spelen als in 1974 of zoals begin jaren negentig bij Ajax. Maar niet zoals bij Louis van Gaal, dat je 85% balbezit hebt en uiteindelijk twee kansen uitspeelt. Maakt de scheidsrechter een verkeerde beslissing, dan heb je een penalty tegen en verlies je de wedstrijd nog. Onze doelstelling is dat je aanvallend speelt, veel kansen daarbij krijgt, om veel doelpunten te maken.’’ Wedstrijd zonder scheidsrechter In Duitsland gaan kinderen veel vroeger naar een voetbalvereniging dan in Nederland. Daarom barst het in Duitsland van de kabouterteams. Oranje Berlin heeft er twee. Kooistra vindt het belangrijk dat deze kinderen zonder al te veel aanwijzingen spelen. Vier keer per jaar organiseert Oranje Berlin  een kaboutertoernooi, 4 tegen 4. De kinderen leggen zelf de regels vast. “Het grappige is, dat de Berlijnse voetbalbond dit concept  volgend jaar waarschijnlijk officieel opneemt. Bij ons toernooi speelden zo’n 30 teams. Tijdens de wedstrijden ontstonden totaal geen discussies. De ouders zeiden, dat ze hun kinderen nog nooit zo goed hebben zien spelen. Het vrij kunnen spelen, dat is erg belangrijk. Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om een eigene voetbalcultuur te kunnen ontwikkelen, die het beste bij het kind past. Natuurlijk staat 1 tegen 1 wel centraal en leren we ze ook trucjes hoe ze iemand kunnen uitspelen, maar de uitvoering is nog niet belangrijk. In de F-jeugd (aanleren van techniek)  kan dit verbeterd worden. Bij de E-Pupillen willen dan de technische vaardigheden verbeteren en optimaliseren.  In de D-jeugd moet het vervolgens 100% lukken. Daardoor hebben we in de opleiding steeds een soort herhaling van oefeningen, die alsmaar moeilijker worden. Met deze werkwijze keert ook een stuk herkenbaarheid terug, wat voor kinderen heel belangrijk is. Dat geeft de kinderen ook veel zelf vertrouwen.” Positiespel Oranje Berlin wil van achteruit opbouwen, via de buitenkant een aanval starten, de laatste man laten doorschuiven naar het middenveld en de middenvelder in de spitspositie zetten. Kansen moeten vanuit de flanken ontstaan. Kortom, een typisch Nederlands positiespelletje. Het tactische doel is dan ook duidelijk; bij balbezit het speelveld breed maken. “Bij de Duitsers gaat dat toch anders. De keeper gooit de bal door het midden en dan gaat het gevecht om de tweede bal” , aldus Kooistra. Dat ligt ook mede daaraan, dat de veldjes veel kleiner zijn dan bijvoorbeeld in Nederland. De ruimte is krap, waardoor heel veel trainers proberen die elftalletjes vast te zetten voor het doel van de tegenstander. Wedstrijdanalyse De Oranje Berlin elftallen  trainen drie keer per week. De eerste training begint altijd met een analyse van de laatste speeldag. Hier komen de hoofdproblemen op tafel.  Kooistra: “ Afgelopen zaterdag hadden we bijvoorbeeld een hele sterke rechterkant en een iets minder sterke linkerkant. Onze rechterspits, een klein jochie dat goed kan dribbelen, houdt het veld dan ook altijd goed breed. Op een gegeven moment heeft hij de bal. Wat gebeurt er? De linkerspits kruipt naar binnen en de rechterverdediger gaat helemaal naar de buitenkant. Zouden we op dat moment de bal verliezen, dan ligt er bij de verdediging een enorm gat. Uiteindelijk kan en gaat dat ook niet. Zoiets komt terug in de eerste training na de wedstrijd.” Trainingsoefeningen De training duurt altijd 90 minuten. Vandaag wordt er geoefend op de crosspass van links met vervolgens een schot op het doel. “Dat klinkt erg makkelijk  maar dat is het niet. De speler moet meteen met zijn linkervoet de bal op zijn rechtervoet leggen en dan meten  afronden. Daarbij moet hij de bal ook nog vlak in het doel schieten.’’ Dit vlak spelen wordt bewust geoefend, omdat het team zowel op gewoon gras als op kunstgras speelt. Michel Kooistra: “Afgelopen zaterdag had onze linkerverdediger vaak inschattingsproblemen bij een hoge bal, hij liet hem vaak tippen. Dat element behandelen we ook in een training. Een oefening duurt ongeveer 10 – 15 minuten. Daarna komt het tweede gedeelte. Onze training duurt in der regel 90 minuten, maar kan soms ook langer duren!” Wiel Coerver De oefeningen verzint Kooistra allemaal zelf. “Je neemt wat mee van alle trainers die je zelf ooit hebt gehad. De Nederlandse training is heel erg speels, de Duitse training juist heel erg stijf met weinig beweging, dus zeer passief. In Duitsland zie je ook veel oefeningen zonder tegenstander. Wij beginnen vast bijna altijd direkt met een direkte tegenstander. Dat is wedstrijd echt.’ De Nederlandse voetbaltrainer in Berlijn leest veel (De Voetbaltrainer!) en bezoekt vaak bijeenkomsten die door de BDFL (Bond voor Duitse voetbaltrainer) worden aangeboden. Vooral die bijeeenkomsten in Regio Keulen en Freiburg vindt hij heel goed. “Nu doe ik bijvoorbeeld veel met Wiel Coerver. Als je die oefeningen op internet / DVD ziet, die zijn gewoon hartstikke goed. Makkelijk, soms complex. Wanneer je die technische zaken in je training meeneemt, kunnen je spelers alleen maar beter worden.Dat moet ook, omdat namelijk het straatvoetbal alleen nog bij kinder voorhanden is die de tijd hebben om buiten te spelen. Onze trainers zoeken vaak materiaal van bijvoorbeeld een Ronaldinho. Dat gaat dan via een account naar de kinderen, zodat ze kunnen oefenen en trucjes leren. Je ziet dat de E-tjes bij ons zo graag willen  trainen, ze staan echt trappelen van ongeduld”, aldus Michel Koostra. Communicatie De trainers bij Oranje Berlin zijn behalve diplomeerde voetbaltrainers ook vrijwel allemaal pedagoog. Momenteel heeft ieder team een trainer en twee begeleiders. In de toekomst wil Kooistra over twee trainers en twee begeleiders per team beschikken. Zelf traint hij een E1-team, dat al drie jaar samenspeelt.  Deze ploeg behoort momenteel tot de beste teams van Noordoost Duitsland. Vertrekt er een spelertje, bijvoorbeeld naar Hertha, dan moet hij op zoek naar nieuw talent. “Dan kan ik niet uit dezelfde bak kiezen als Hertha of Hannover 96. Dus haal ik er eentje uit de E2, de E3 of de E4. Wij hebben korte lijnen en weten precies welke talentjes in welke elftallen rondlopen. Bij verenigingen als Kolping Boys in Alkmaar of Ridderkerk, waar je 10 E-elftalletjes hebt, zag ik vroeger dat er tussen de trainers geen communicatie plaatsvond. Dat is bij ons niet het geval. We zien elkaar bijna iedere dag op het voetbalveld. Of in ieder geval een keer per maand, als alle trainers samen evalueren. Dat is heel belangrijk.” De toekomst Kooistra heeft veel plannen voor de toekomt. Op langere termijn lokt een voetbalprojekt in Nederland of ergens anders. Vooralsnog is hij druk bezig met de verdere opbouw van zijn vereniging in Berlijn. “We hebben een analyse gemaakt van ons eigen werk. Die is bijna klaar. Daarna volgt een soort logboek over de vereniging, waar alle functies beschreven staan die door de mensen bekleed moeten worden. We hebben uiteindelijk een draaiboek voor het organisatorische deel en eentje voor onze filosofie.  Mijn visie is dat er gespeeld wordt zoals in de jaren ‘70 en ‘80. In de toekomst wil ik meer samenwerken met scholen en bedrijven. Een systeem waarbij de jongens op school voetbaltraining krijgen en ik een coöperatie met een bedrijf aanga. Die jongens kunnen dan een leerplek krijgen in een van die bedrijven. Zo zie ik de toekomst.” (Tekst: Allard van Gent) Oefenstof van Michel Kooistra