VT193: Voetbalanalyticus Aad de Mos: ‘Creatieve trainers gezocht!’

nldevoet-dehdari

2 min leestijd

Aad de MosVan de Europa cup met KV Mechelen, via onder andere PSV, Werder Bremen en het Midden-Oosten tot de degradatie met Sparta. Rob Baan is in gesprek met vakgenoot Aad de Mos waarbij het niet alleen gaat over het vak van voetbaltrainer in het buitenland. De Mos heeft ook een uitgesproken mening over het training geven aan en coachen van getalenteerde jeugd. Training geven Aad de Mos: “Ik zie voetbaltraining geven als het summum van creativiteit, als je het goed doet. Niet zelden paste ik op het trainingsveld nog een aantal dingen aan, terwijl we toch de training met de assistenten vooraf hadden doorgenomen. Noem het Fingerspitzengefühl. Ik vind dat juist deze vaardigheid bij veel (jeugd)trainers ontbreekt. Ik ga geregeld kijken naar jeugdtrainingen en dan onderscheid ik zo de toppers van de niet-toppers. Als trainer moet je niet alleen maar je papiertje met daarop je trainingsvoorbereiding afwerken. Anders word je een robot. Ik geef wel eens lezingen in het land, bij amateurclubs. Als ik dan met trainers in gesprek kom over hun manier van training geven, dan hoor ik vaak het rijtje ‘warming-up, passen/trappen, positiespel en partijspel’. Dat vind ik beperkt. Toen wij vroeger bij ADO trainden op passen/trappen, dan bepaalden de trainers precies wanneer we klaar waren met het rechterbeen en verder konden met het linkerbeen. Of dan moesten de schoenen uit en gingen we bewust het minder goede schietbeen oefenen. Dan is het zaak om dezelfde lichaamshouding te hebben en de bal op dezelfde manier te raken. Of je dat inderdaad doet, voel je beter als je met blote voeten schiet. Het gevaar van het leren schieten met het zwakke been, is dat je lichaam zoveel gaat corrigeren om de bal toch enigszins ‘goed’ te kunnen raken. Dat is echter niet verstandig. Dat soort zaken werd bij ADO dan ook gecorrigeerd. De uitvoering van de spelers bepaalt dus bij een kop- of pass/trapoefening of je verder kunt gaan naar de volgende stap in een training. Je moet er als trainer dus voor waken dat we niet te veel ‘half afgewerkte’ spelers krijgen, omdat jij zo nodig verder moet in je trainingsstof.” Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 193.