VT198: Periodiseren tijdens het groeiproces, praktische tips bij oefenstof

nldevoet-dehdari

2 min leestijd

ajax jeugdIedere voetbaltrainer heeft te maken met fysieke verschillen binnen zijn spelersgroep. Juist bij jeugdvoetballers in de groei kunnen deze verschillen aanzienlijk zijn. Welke gevolgen heeft dit voor de werkwijze van hun trainer? Raymond Verheijen geeft een aantal praktische adviezen. Tweedejaars ook slachtoffer Raymond Verheijen: “Eerst een metafoor. Als je in de sportschool gaat rennen op de loopband, kun je dertig minuten lang tien kilometer per uur lopen. De volgende keer ga je vijftien kilometer per uur rennen. Wat denk je dat er dan gebeurt? Houd je het dan ook dertig minuten vol? Nee, dan wordt het bijvoorbeeld twintig minuten. Vervolgens ga je die twintig minuten beetje bij beetje uitbreiden. De derde keer ga je 21 minuten lang vijftien kilometer per uur rennen etc. Als je eerstejaars B-junior bent, dan is jouw lichaam gewend om dertig minuten lang op tien kilometer per uur te trainen. Moet je nu meetrainen met de tweedejaars jongens in de B1, dan krijg je te maken met een hogere snelheid, namelijk vijftien kilometer per uur. Dit houd je korter vol. Daarom moet de omvang worden teruggeschroefd en langzaam opgevoerd. De tweedejaars spelers maken natuurlijk ook stappen en zullen nu in plaats van vijftien op zeventien kilometer per uur trainen. Zij hebben óók leren voetballen in een hoger tempo, maar de eerstejaars spelers hebben een grotere stap gemaakt, namelijk van tien naar vijftien kilometer per uur. Dan kun je stellen dat je dan de tweedejaars spelers tekortdoet. Cru gezegd is het toch ook zo dat die (grote, sterke) tweedejaars spelers helemaal niet zitten te wachten op die (kleinere) eerstejaars spelers?! Weer een reden om een A2, B2, C2 etc. te gebruiken voor de kleinere of eerstejaars spelers.” Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer 198.