Het is het najaar van 2001. Rinus Michels heeft zijn voorkeur uitgesproken voor een hotel in de directe omgeving van zijn appartement in Amsterdam- Zuid. Daar zal het interview plaatsvinden voor het coverartikel van de eerste jubileumeditie van dit vakblad, VT 100. Omdat het dus iets speciaals moet worden, is op voorspraak van de Generaal ook de toenmalige bondscoach Louis van Gaal uitgenodigd. Wat we wisten, wordt die middag bevestigd: beide toptrainers hebben enorm veel respect voor elkaar. De foto van het tweetal, een fysiek zwak ogende Rinus Michels zittend in een leren fauteuil met Louis van Gaal er als een veldheer bovenuit stekend, is de mooiste uit de historie van De Voetbaltrainer. Op dat moment weet Van Gaal nog niet dat hij een paar weken later de grootste teleurstelling uit zijn loopbaan krijgt te verwerken, omdat onverwacht verlies tegen Ierland deelname aan het WK 2002 in Japan en Zuid-Korea blokkeert. Maart 2014. Dezelfde Louis van Gaal gaat na een indrukwekkende kwalificatiereeks nu wel met Oranje naar het WK. Bij de start van deze nieuwe missie in september 2012 legde hij in dit vakblad al uit hoe hij tot en met het laatste duel van het Nederlands elftal in Brazilië met zijn staf te werk zal gaan (VT190). Toch blijkt hij als vakman vlak voor de voorbereiding nog voldoende met zijn collega-trainers te willen delen. Opnieuw in een jubileumeditie, VT200. Oriëntatie Louis van Gaal: “‘Compact staan’ en ‘compact blijven’ zijn overigens twee termen die ik wel heb overgenomen van de KNVB, want dat zijn makkelijke termen in je mond, die spelers direct begrijpen. Dat geldt eveneens voor ‘groot gaan staan’ bij balbezit. Het houdt overigens niet in dat je dan per definitie krijt aan je schoenen moet hebben, zoals Robben dat zegt. Als bij balbezit de bal dynamisch door de rijen gaat, moet je vooral gebruik maken van je oriëntatievermogen. Dat moet ervoor zorgen dat ‘groot gaan staan’ inhoudt dat je ziet in welke richting je moet lopen om je medespeler(s) de gewenste ruimte te geven om snel en effectief te kunnen handelen. Door dat oriëntatiegevoel stem je dus met elkaar razendsnel af waar je moet lopen. Dat is een belangrijke voorwaarde in het topvoetbal. Spelers met een gebrekkig oriëntatievermogen zijn niet rijp voor de echte top en die wil ik ook bij voorkeur niet selecteren. Als ik naar een mogelijk nieuwe speler voor Oranje ga kijken, let ik, naast bijvoorbeeld fysieke en mentale fitheid en het passen, in de profielschets voor een positie nadrukkelijk op zijn oriëntatievermogen. Oriëntatie is niet alleen afhankelijk van de bal en de medespeler, maar ook altijd van de tegenstander. Je kunt op het veld nooit iets doen zonder rekening te houden met de tegenstander. Daarom zijn op een training op dit niveau oefeningen zonder weerstand minder effectief. Ook op de dag voor een wedstrijd, al kan door die weerstand wel eens iemand geblesseerd raken. Om het oriëntatievermogen van nieuwe spelers binnen de Oranje-selectie te testen en dat van alle spelers te verbeteren, kies ik vaak voor 5:3. Dat is de beste trainingsvorm om te kunnen beoordelen of een speler dat oriëntatievermogen heeft.” In dit artikel vertelt Louis van Gaal over het positiespel 5 : 3. In de mediatheek van De Voetbaltrainer vinden abonnees op deze service binnenkort de bijbehorende videobeelden. Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer. Via deze link kan men online alvast de inhoudsopgave van de diverse artikelen van VT200 raadplegen.
VT200: Bondscoach Louis van Gaal: ‘Ik selecteer bij voorkeur spelers met voldoende oriëntatievermogen’
nldevoet-dehdari
3 min leestijd