Wim van Zwam werkt sinds 2002 bij de KNVB, waar hij diverse teams onder zijn hoede heeft gehad (Onder 15, Onder 19, Onder 20, Olympisch elftal). Op dit moment is hij coach van het Nederlands elftal voor spelers onder 19 jaar. Met dit elftal speelde hij in 2013 het EK in Litouwen. Voor het EK van 2014 wist het team voor spelers onder 19 jaar zich niet te plaatsen. De Voetbaltrainer spreekt met Van Zwam over het werken met A-junioren en gaat in op de manier waarop in deze leeftijdsgroep wordt gedacht over de teamfunctie verdedigen met af en toe een uitstap naar het omschakelmoment van aanvallen naar verdedigen. Uitstappen Wim van Zwam: “Wat je tegenwoordig nog veel ziet in Nederland is dat, wanneer twee centrale verdedigers van de tegenpartij de bal overspelen en de 9 jaagt, een 10 – die op het middenveld met de punt naar voren speelt – ook gaat uitstappen. En dit terwijl de afstand tussen de 9 en de laatste lijn nog te groot is. Dan krijg je dus enorme gaten op het middenveld, waar een tegenstander door middel van goed positiespel iemand vrij kan krijgen. In het buitenland zie je dat dit minder gebeurt. Daar wacht een 10 meer met uitstappen en brengt een 9 het langer op om heen en weer te blijven lopen tussen de 3 en 4 van de tegenstander. Of ze laten de 9 en de 10 al naast elkaar spelen met twee linies van vier er kort achter. Het team blijft dan lang compact. Een belangrijk aandachtspunt bij ons is dan ook dat we willen dat het middenveld intact blijft en dat ze goed samenwerken met de drie aanvallers. Dus de 6, 8 en 10 moeten dicht bij elkaar blijven. Maar niet alleen zij, nee, het gehele team moet lang compact kunnen blijven spelen om van daaruit goed druk op de tegenpartij te kunnen zetten. Aan dat wezenlijke onderdeel van het verdedigen zou veel meer aandacht besteed kunnen worden. Dus de afspraken die je met je team als eerste maakt zijn: waar maken we het compact (zetten we ‘het blok’ neer) en waar gaan we druk zetten? Daarbij spreek je bijvoorbeeld af dat de afstand tussen de voorste en de laatste speler van je team niet groter mag zijn dan zo’n 25-30 meter. De 9 staat zo ongeveer op de kop van de middencirkel en de achterste linie staat net onder diezelfde cirkel. Je probeert daarmee te voorkomen dat bijvoorbeeld een 9 en een 10 te vroeg uitstappen. Compact maken en compact houden. (zie tekening 1 waarbij de 10 en de 9 uitstappen op het moment dat de afstanden te groot zijn). Binnen het ontwikkelen van een speelwijze is dit uitgangspunt een pijler.” Lees het complete artikel in de printuitgave van De Voetbaltrainer. Via deze link kan men online de inhoudsopgave van de diverse artikelen van VT200 raadplegen.
VT200: Wim van Zwam (Oranje onder 19) over verdedigen
nldevoet-dehdari
3 min leestijd