Waarom Johan Cruijff opteert voor een ‘6’ ipv een ’10’…

nldevoet-dehdari

3 min leestijd

Johan Cruijff: “Ajax speelt dit seizoen met de zogenaamde ‘nummer 10’. Een soort van schaduwspits in een 4-3-3-systeem. Het is de middelste middenvelder die ten opzichte van de twee anderen in de punt naar voren speelt. Ik heb daar mijn twijfels over.

Toen ik in de jaren tachtig trainer van Ajax was, speelden vrijwel al onze tegenstanders het 4-4-2-systeem met twee spitsen. Om een extra tactisch voordeel te kunnen pakken, besloten we drie verdedigers op te stellen. Zo veranderde ons systeem van 4-3-3 in 3-4-3, waarbij het middenveld als een ruit stond. Daardoor speelden we eigenlijk geen 3-4-3, maar 3-1-2-1-3. Zo waren er twee extra linies gecreëerd, waardoor de uitvoering van het positiespel zelfs beter ging werken.

De ‘nummer 10’ was de speler achter de drie aanvallers. Bij Ajax koos ik voor John Bosman en later bij Barcelona voor Bakero. Types die het niet van hun passeeractie moesten hebben, maar wel goed konden kaatsen en koppen. Uitgangspunt bij de tactische bijstelling was dat de structuur van het middenveld intact bleef, omdat daar de regie van de wedstrijd ligt. Door één verdediger één linie door te schuiven was dat probleem opgelost.

De laatste jaren zie je dat de tegenstanders dit trucje doorkrijgen en weer drie aanvallers opstellen. Vaak een spits en twee hangende mensen, maar je wordt toch gedwongen om weer vier verdedigers te gebruiken. Om dan toch een ’10’ op te stellen is link. Om de juiste balans te bewaren moet de middelste middenvelder daarom niet in de punt naar voren, maar in de punt naar achteren worden opgesteld. Dus een ‘6’ in plaats van een ’10’.

Bij een ’10’ speel je namelijk 4-2-1-3 en bij een ‘6’ wordt het 4-1-2-3. Als je goed naar de twee middelste getallen kijkt, dan zie je bij een ’10’ dat er 2 spelers achter de bal staan en er 1 offensief is ingesteld. Terwijl bij een ‘6’ er 3 (1 + 2) achter de bal blijven, van wie er 2 offensief zijn. Zo sla je twee vliegen in één klap: zowel defensief als aanvallend heb je een man meer.

Door toch voor de ’10’ te kiezen roep je de problemen over jezelf af zodra de tegenstander druk naar voren geeft. Er staan dan slechts twee middenvelders achter de bal, die ook nog een breedte van 60 meter moeten bespelen. Dat is niet te doen. Dus zie je nu vaak dat de vleugelaanvaller zich moet laten zakken. Als die ook nog ruimte moet maken voor de opkomende back, dan is hij bezig de hele flank te bestrijken. Die komt dus niet of nauwelijks meer aan een aanvallende actie toe. En wordt de offensieve kracht ondermijnd.

Zo kan ik nog tien details noemen waarom het in een 4-3-3-systeem niet werkt met een nummer 10. Het maakt je niet sterker, maar zwakker. Zowel aanvallend als defensief.” (Bron: De Telegraaf)  

Cover: De Voetbaltrainer editie 279, 2024

Leer van de beste trainers

  • Acht keer per jaar op de mat
  • Interviews, oefenstof en analyses
  • Korting op online cursussen
  • LCD Tactiekbord Voetbal cadeau
  • Inclusief abonnement op CoachVak
  • Inclusief abonnement op VBT Basis

Abonneer je op het vakblad >>