De laatste maanden zijn de nodige voetballers, met name keepers, geconfronteerd met hersenletsel naar aanleiding van een botsing tijdens een wedstrijd. De doelmannen van respectievelijk PSV en AS Roma, Przemyslaw Tyton en Maarten Stekelenburg, zijn de bekendste slachtoffers die recentelijk te kampen kregen met een hoofdblessure. In De Voetbaltrainer 182 komt Eric Matser, neuropsycholoog, aan het woord. Onbekend terrein Erik Matser: “In Nederland wordt lichtzinnig gedaan over hoofdbescherming bij voetballers. Eenzelfde trend zoals ook eerder heeft plaatsgevonden bij wielrennen, boksen, ijshockey en American Football. De schade van hersenletsel in sport werd aanvankelijk bij alle genoemde sportbonden onderschat. Veelgehoorde kritiek was dat ‘het allemaal wel mee zou vallen’, ‘zo ernstig is het ook weer niet’ en ‘het zal zo’n vaart niet lopen’. Dit tegenover de klinische indrukken van artsen die constateerden dat twintig procent van de profboksers insluipend dement werden voor hun dertigste levensjaar en de impact van verhalen van honderdduizenden sporters die jarenlang last hadden van concentratieproblemen, hoofdpijn en een slecht evenwicht, dit nadat men een enkelvoudig of optellend hersenletsel opgelopen had. Het ridiculiseren, ontkennen en pas later toepassen van bescherming speelde echter ook bij het invoeren van scheenbeschermers in het voetbal. Bescherming van spelers voor inwerkend geweld lijkt een moeilijk sociaal proces te zijn.”
Wel bescherming voor schenen, maar niet voor hoofd?
nldevoet-dehdari
2 min leestijd